Brede steun voor verhogen toeristenbelasting

Brede steun voor verhogen toeristenbelasting

13 januari 2023 – In de oordeelsvormende vergadering van de commissie Economie, Financiën en Bestuur hebben de fracties op donderdag 12 januari hun brede steun uitgesproken voor het voorstel om de toeristenbelasting dit jaar en volgend jaar stapsgewijs te verhogen.

Als de gemeenteraad akkoord gaat, gaan toeristen in 2023 per persoon per nacht €3,80 betalen. Dat is nu nog €3,05. In 2024 komt er een extra verhoging bij en kost een verblijf in Delft per persoon per nacht €4,50. Daarmee betalen de bezoekers aan Delft deels mee aan het financieel herstel van de stad.

Extra kwartje

Het college wilde het tarief volgend jaar eigenlijk verhogen naar €4,25. Op aandringen van het Platform Bezoekerseconomie Delft is gekozen voor een extra kwartje erbij, zodat uitvoering gegeven kan worden aan de Visie Toerisme 2030 die het platform samen met de gemeente in 2021 heeft opgesteld. Het tarief voor een campingovernachting wordt van 85 eurocent verhoogd naar €1.00.

Insprekers

Twee insprekers lichtten de commissie namens het Platform Bezoekerseconomie Delft en de Delftse hotelsector toe dat de meeropbrengst uit de toeristenbelasting door het platform gebruikt wordt als aanjaagbudget om te investeren in de bezoekerseconomie. Dat extra budget verzekert Delft volgens de hotelsector van een structurele bezoekersstroom.

Motie

De voorgestelde verhoging vloeit mede voort uit een motie van ChristenUnie, D66 en VVD die in november 2021 door de raad werd aangenomen. Volgens die motie moest het college in overleg over de hoogte van de toeristenbelasting met omringende gemeenten. Er moest een zorgvuldig afgewogen voorstel komen om de toeristenbelasting te verhogen en de opbrengsten zouden gebruikt moeten worden om de lasten voor alle Delftenaren te verlagen.

Waardering

In de commissie reageerden nagenoeg alle fracties vol lof op het voorstel. Er was veel waardering dat het college de wens van het platform voor een extra tariefsverhoging heeft overgenomen. STIP, PvdA, GroenLinks en Hart voor Delft spraken over een goed plan, goed gebalanceerd zei het CDA en Onafhankelijk Delft had het over een prachtig plan. Maar wel wat karig vond Onafhankelijk Delft. Van die fractie mag de tariefstijging nog hoger en Hart voor Delft wilde van het college weten of er geen extra geld voor het aanjaagbudget van de toeristensector bij kan. Net als Onafhankelijk Delft zei D66 een hogere toeristenbelasting in gedachten te hebben. Ook drong D66 erbij wethouder Maaike Zwart op aan om nog deze raadsperiode met een evaluatie te komen. De wethouder liet weten dat geen probleem te vinden.

Lastenverlichting

Ze verzekerde de fractie van Volt dat nog dit jaar de bewegwijzering voor toeristen in de stad wordt aangepakt. Volt wees op het tijdelijk VVV-onderkomen bij het station, terwijl de bordjes toeristen nog naar de binnenstad sturen. De wethouder vond daarnaast het suggestie van de SP interessant om binnen de toeristenbelasting te werken met percentages; wie overnacht in een duurder hotel betaalt meer dan iemand die in een goedkoper hotel blijft slapen. Ze kon zich voorstelen dat die gedachte past binnen het omdenken van de toeristensector. CDA en VVD drongen erbij wethouder Martina Huijsmans op aan om ook te kijken naar de mogelijke lastenverlichting voor Delftenaren. De wethouder liet weten daarover bij de Kadernota met een integrale afweging te komen. 

Amendement

Aan het eind van het debat lieten Hart voor Delft, CDA, D66 en Volt weten het voorstel mee terug te nemen naar hun fracties. Hart voor Delft overweegt een amendement om een hoger bedrag dan de voorgestelde 25 cent terug te laten vloeien naar de toeristensector. CDA denkt aan een motie over de lastenverlaging en Volt overweegt een motie over een verhoging om cultuur een impuls te geven. De raad neemt in de vergadering op donderdag 2 februari een besluit over dit voorstel.

Joods vastgoed

De nabestaanden van de Joodse slachtoffers van de Holocaust zijn in Delft na de oorlog met weinig compassie door de gemeente geholpen. Uit het verkennend onderzoek van het Stadsarchief Delft naar het gemeentelijk beleid over de onteigening en aankoop van Joods onroerend goed tijdens de Tweede Wereldoorlog en het rechtsherstel daarvan na de oorlog, blijkt dat ze soms tegen een muur van bureaucratie aanliepen.  De gemeente maakte – net als de landelijke overheid – bewust geen uitzondering voor Joodse slachtoffers. Zij wilde niet discrimineren zoals de Duitse bezetter had gedaan. Iedereen stond aan hetzelfde loket bij terugkomst. De gemeentelijke instanties deden wat tot hun takenpakket hoorde, maar ook niet meer dan dat.

Aanvullend onderzoek

Bij de bespreking van dit onderzoek in de commissie hoorde wethouder Frank van Vliet de behoefte bij alle fracties om een aanvullend onderzoek uit te voeren dat wat D66 betreft het complete verhaal boven water moet brengen. Onafhankelijk Delft en SP drongen erbij de wethouder op aan om over de opzet daarvan eerst in gesprek te gaan met de Joodse gemeenschap in Delft. De ChristenUnie stelde dat de fouten uit het verleden door een overheid zonder compassie nog steeds worden gemaakt zoals in de toeslagenaffaire. De ChristenUnie zou in een aanvullend onderzoek ook de rol van de gemeenteraad helder willen krijgen.

Inclusieagenda

De CDA-fractie vroeg aandacht voor moreel rechtsherstel en om de Joodse gemeenschap ook met andere maatregelen tegemoet te komen zoals het leggen van struikelstenen gratis maken. STIP deelde die gedachte en vroeg ook om meer aandacht voor dit verhaal bij herdenkingen of in de vorm van een herdenkingsbord. GroenLinks zou graag zien dat er een koppeling wordt gemaakt met de gemeentelijke inclusieagenda. Volt filosofeerde over de vraag wanneer je als gemeente het goed doet en wanneer je als gemeente het goede doet. Ook de PvdA zet een komma en geen punt achter het verkennend onderzoek. Volgens de PvdA moet de politieke betrokkenheid in het aanvullend onderzoek worden meegenomen en moet de terugkeer van de Joodse overlevenden in Delft een markering krijgen in de stad.

Bewondering

Hart voor Delft zei bewondering te hebben voor de manier waarop de Joodse gemeenschap na de oorlog zijn plek in Delft weer heeft gevonden. Hart voor Delft is eveneens voorstander van een vervolgonderzoek, maar gebaseerd op de conclusies uit de verkenning, omdat verbreding volgens Hart voor Delft kan leiden tot verzanden. De VVD vindt dat aanvullend onderzoek antwoord moet geven op de vraag of de gemeente goed heeft gehandeld en of compensatie nodig is voor de gedupeerden. Daarnaast wil de VVD net als de PvdA dat dit verhaal verteld en zichtbaar wordt. De SP zei geschrokken te zijn van de rol van de gemeente en wees ook op de noodzaak om ook te kijken naar actuele onderwerpen waarbij mensen slachtoffer worden van dezelfde mechanismen als indertijd.

Vervolgacties

Wethouder Van Vliet legde de commissie uit dat het college nog geen voorstel heeft voor een aanvullend onderzoek, maar dat hij in samenspraak met de Joodse gemeenschap daar wel een opzet voor gaat maken. Ook zei hij van plan te zijn om de suggesties uit de commissie te gaan vertalen in vervolgacties zoals het publiceren van het verkennend onderzoek voor een breed publiek. Volgens de wethouder is het essentieel dat bij die vervolgacties ook een verband wordt gelegd met aspecten in het heden waarbij de overheid in de fout kan gaan. Ook zei hij bereid te zijn om te kijken naar de mogelijkheden voor genoegdoening.

Commissie hervat vergaderjaar met toeristenbelasting

9 januari 2023 – Het nieuwe jaar begint voor de gemeenteraad van Delft op donderdag 12 januari met de oordeelsvormende vergadering van de commissie Economie, Financiën en Bestuur. De commissievergadering begint om 19.30 uur en wordt gehouden in de raadszaal in het stadhuis op de Markt.

De commissie overlegt onder meer over het raadsvoorstel Toeristenbelasting. Dit voorstel bestaat uit twee delen. Het college wil dat de Verordening Toeristenbelasting Delft 2024 wordt vastgesteld en zo wordt gewijzigd dat de Visie Toerisme 2030 uitgevoerd kan worden. De kosten worden deels via een verhoging van de toeristenbelasting vanaf 1 juni dit jaar door de bezoekers van Delft zelf betaald.

De commissie bespreekt verder het onderzoek naar Joods vastgoed. In september heeft de commissie een presentatie gehad over dit onderzoek. Toen is ook het verzoek gedaan om dit te agenderen voor de overlegvergadering van januari. Het onderzoek betreft het gemeentelijk beleid voor de onteigening en aankoop van Joods onroerend goed tijdens de Tweede Wereldoorlog, het rechtsherstel daarvan na de oorlog en de (na)heffingen voor lokale belastingen. In het onderzoek zijn zeven zaken verder uitgewerkt.

Belangstellenden kunnen de vergadering bijwonen in de raadszaal of thuis bekijken via de uitzending op de website van de gemeenteraad. Wanneer u tijdens het overlegdeel van de vergadering wilt inspreken op een van de agendapunten kunt u zich tot op de dag van de vergadering tot 12.00 uur aanmelden bij de griffie.

Agenda commissie Economie, Financiën en Bestuur

Commissie alert op financiële risico’s Prinsenhof

30 november 2022 – In de oordeelsvormende vergadering van de commissie Economie, Financiën en Bestuur is op dinsdag 29 november door nagenoeg alle fracties positief gereageerd op het voorlopig ontwerp voor de renovatie en restauratie van Museum Prinsenhof.

Het museum wordt toegankelijker voor iedereen, ook voor mensen met een handicap. De museale waarde wordt vergroot en daarnaast wordt de duurzaamheid van het monumentale gebouw verbeterd. Het voorlopig ontwerp gaat uit van een investering van 38 miljoen euro. De raad heeft al ingestemd met een bedrag van 28 miljoen euro. Dat bedrag bestaat uit de schenking van tien miljoen euro van de familie Vlek en de maximale financiering door de gemeente van achttien miljoen euro.

De nog ontbrekende tien miljoen euro moet via het rijk, provincie, fondsen, bedrijven en derden bijeengebracht worden. Wethouder Frank van Vliet liet de commissie weten er alle vertrouwen in te hebben dat dat gaat lukken.

Hij stelde onder meer CDA, D66, PvdA, STIP en VVD gerust dat de gemeente niet meer bijdraagt dan achttien miljoen euro. Hart voor Delft wees de wethouder erop dat al anderhalf jaar bekend is dat er een gat is van tien miljoen en wilde weten of een deel van dat geld al binnen is. Een klein deel van het resterende bedrag zou volgens de wethouder tot nu toe bijeengebracht zijn. De wethouder maakte niet bekend om welk bedrag het gaat.

Dat financiële inzicht krijgt de commissie over ongeveer een jaar als de raad het definitieve ontwerp wordt voorgelegd. Dan wordt duidelijk of het ontwerp volledig kan worden uitgevoerd, of dat er door gebrek aan geld, gekozen moet worden om onderdelen niet uit te voeren. Wethouder Van Vliet liet GroenLinks weten dat in het definitieve ontwerp wordt ook de inrichting van de Prinsentuin, het Agathaplein en het Prinsenkwartier meegenomen.

Van Vliet verzekerde de commissie dat hij de raad tussentijds via een raadswerkgroep op de hoogte houdt van het proces naar het definitieve ontwerp. Volt prees het participatietraject tot nu toe en de manier waarop de inbreng van bewoners was vertaald in het voorlopig ontwerp. De SP constateerde dat daarmee was aangetoond dat luisteren naar bewoners in de praktijk leidt tot betere resultaten.

Volgens de wethouder blijven de bewoners niet meer formeel, maar wel zijdelings betrokken via een adviesgroep. Hij stelde de ChristenUnie gerust dat de Waalse kerk en het orgel in de kerk als separate onderdelen van het Prinsenhof gebruikt kunnen blijven worden. Wat de PvdA betreft draagt een vernieuwd Prinsenhof bij aan een zelfbewust Delft. 

Naar verwachting wordt de gemeenteraad eind volgend jaar gevraagd om inhoudelijk en financieel een besluit te nemen over de renovatie en restauratie van het Prinsenhof. De verbouwing kan dan begin 2025 van start gaan. In de commissievergadering zagen de fracties geen aanleiding om dit onderwerp op de agenda van een komende raadsvergadering te zetten.

Lokale veiligheid

In deze commissievergadering bespraken de fracties ook de brief van het college over de Voorgestelde prioriteiten lokaal veiligheidsbeleid 2023-2026. Dat nieuwe beleidsplan wordt op dit moment uitgewerkt. De fracties kregen de gelegenheid om hun eigen wensen en suggesties te delen met portefeuillehouder Marja van Bijsterveldt. 

De voorgestelde prioriteiten die de komende jaren meer aandacht krijgen zijn; overlast, gedigitaliseerde criminaliteit, radicalisering en polarisatie, ondermijning plus jeugdcriminaliteit en het voorkomen van jonge aanwas. Op het tegengaan van high impact crimes en fietsendiefstal wordt niet meer extra ingezet.

Een inspreker namens de Orange the World commissie van Soroptimistclub Delft en het Vrouwen in Delft platform vroeg in haar inspreekminuten aandacht voor geweld tegen vrouwen en meisjes en gender-sensitief beleid. De Soroptimistclub Delft zou graag zien dat Delft een Safe Streets gemeente wordt.

Hart voor Delft vroeg burgemeester Van Bijsterveldt ook de regio, wijken, buurten en scholen te betrekken bij het opstellen van het lokaal veiligheidsbeleid. De fractie pleitte voor investeren in jeugdwerk en het eventueel aanstellen van jeugd-boa’s om de overlast van hangjongeren aan te pakken. De fractie van het CDA kon zich in grote lijnen vinden in de keuzes van het college. Ondermijning en digitale veiligheid verdienen ook volgens het CDA extra aandacht. Dat door het afschalen van high impact crimes huiselijk geweld en kindermishandeling minder aandacht krijgen, vindt het CDA onverstandig. Daarnaast zei die fractie zich zorgen te maken over een toename van antisemitisme.

Ook de VVD pleitte voor blijvend extra aandacht voor high impact crimes. En ook fietsendiefstal blijft wat de VVD betreft op de prioriteitenlijst staan. De VVD zei ook meer blauw in de wijk te willen en criminele netwerken breed te willen aanpakken. GroenLinks kon zich vinden in de woorden van de inspreker en vroeg onder meer aandacht voor gender-gerelateerd geweld. Dat moet volgens GroenLinks onderdeel zijn van het algemeen beleid. Veiligheid voor iedereen op straat werd genoemd door D66, PvdA en STIP.

De SP zei voorstander te zijn van meer agenten op straat en vroeg aandacht voor de aanpak van verwarde personen die volgens de portefeuillehouder heel veel tijd vraagt van de politie. De ChristenUnie wees onder meer op de lopende onderzoeken naar arbeids- en seksuele uitbuiting en het eventueel meenemen van de uitkomsten in het lokaal veiligheidsbeleid. Volt zou graag zien dat de prioriteiten in het definitieve beleidsplan meer toegespitst worden op diverse aandachtsgebieden en dat er meer aandacht komt voor slachtoffers.

Burgemeester Van Bijsterveldt liet de commissie weten dat ze een duidelijk appèl had gehoord voor de veiligheid op straat. Delft doet al veel volgens Van Bijsterveldt. Onveilige plekken worden aangepakt en het aantal vrouwen dat zich in Delft op straat onveilig voelt is afgenomen. De burgemeester ging daarom niet mee in de wens van D66 om van Delft een Safe Street gemeente te maken. Dat betekent volgens Van Bijsterveldt dat ambtenaren, ten koste van andere prioriteiten, hun tijd kwijt zijn aan het maken van plannen. Na aandringen van D66 beloofde de burgemeester uit te zoeken wat het Delft kost om Safe Street gemeente worden.

De suggestie van Hart voor Delft om jeugd-boa’s aan te stellen, noemde de burgemeester interessant. Bij de aanpak van jeugdcriminaliteit maakte ze wel het voorbehoud dat het rijk met extra geld over de brug moet komen. Ze stelde Volt gerust dat in het lokaal veiligheidsprogramma de prioriteiten verder uitgewerkt worden en dat veiligheidsbeleving en het terugdringen van slachtoffers als een rode draad zijn opgenomen in het lokale beleid. Ook zoekt ze uit of er cijfers beschikbaar zijn over  specifieke doelgroepen. Naar verwachting wordt het Lokaal beleidskader Veiligheid 2023-2026 begin volgend jaar ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad.

Herdenking Delfts slavernijverleden krijgt steun en kritiek

30 september 2022 – In de oordeelsvormende vergadering van de commissie Economie, Financiën en Bestuur is op donderdag 29 september uitgebreid gesproken over de activiteiten die worden georganiseerd voor het herdenkingsjaar slavernijverleden Delft. In 2023 wordt 150 jaar afschaffing van de slavernij in het Koninkrijk der Nederlanden herdacht. Het college wil hieraan bijdragen via een onderzoek naar het lokale slavernijverleden.

De activiteiten in het herdenkingsjaar worden op touw gezet door het Kwartiermakers comité Slavernijverleden Delft. Twee vertegenwoordigers gebruikten hun inspreektijd in de commissie om steun te vragen voor hun voorbereidend werk en om de commissie te wijzen op het belang van een onderzoek.

Het verkennend historische onderzoek zal volgens het college begin 2023 leiden tot  een kort feitenrelaas. Het geeft inzicht in de rol van Delft en de Delftenaren, vult lacunes in de stadsgeschiedenis en helpt het Kwartiermakers comité bij het opzetten van een verantwoord herdenkingsjaar. Daarvoor wil het college het subsidiebudget eenmalig verhogen met 100.000 euro. Het onderzoek van het Stadsarchief Delft van 32.000 euro wordt betaald uit budget van Erfgoed Delft en de multiculturele expertise met 16.000 euro uit het budget voor integratie en tegengaan discriminatie. In een brief aan het comité legt het college uit geen geld te willen uittrekken voor een projectleider of het realiseren van een slavernijmonument.

De fractie van Hart voor Delft liet weten moeite te hebben met de financiering van het onderzoek. Hart voor Delft vroeg het college pas op de plaats te maken en de besteding van het voorgestelde budget te verduidelijken. D66 complimenteerde het college met het gewijzigde standpunt. Het vorige college wilde namelijk geen onderzoek laten doen en het initiatief volledig aan de stad overlaten. Het huidige college kiest voor een basisonderzoek. Wat D66 betreft mag dat ook een uitgebreid onderzoek zijn, waarvan de resultaten kunnen dienen voor educatieve en culturele activiteiten.

Een aspect dat volgens de PvdA in het onderzoek moet worden meegenomen is de vraag of er destijds ook Delftenaren waren die nadeel ondervonden van de slavernijhandel. STIP prees het initiatief uit de stad en wilde van het college weten hoe het herdenkingsfeest Keti Koti jaarlijks structureel gefinancierd kan worden. De CDA-fractie zei het terecht te vinden dat er een onderzoek komt, maar zo vlak voor de begrotingsbehandeling voelde die fractie zich wel verrast door de brief van het college.

Als het aan Onafhankelijk Delft ligt, wordt in het onderzoek ook gekeken naar de invloed van het slavernijverleden op de start van de technische universiteit. De VVD zei verbaasd te zijn dat het college na een stadsgesprek met 25 inwoners van standpunt is veranderd en nu wel een onderzoek wil instellen. Het geld dat daarvoor wordt benut, zou volgens de VVD beter direct besteed kunnen worden aan het bestrijden van racisme en discriminatie.

GroenLinks sprak zijn waardering uit voor het initiatief van de kwartiermakers en wees de VVD erop dat de deelnemers aan de twee stadsgesprekken een groot deel van de Delftenaren vertegenwoordigen. De ChristenUnie herinnerde de commissie aan de schriftelijke vragen die door de fractie samen met GroenLinks en D66 in 2021 werden gesteld, waarmee de bal aan het rollen werd gebracht.

Volt liet weten blij te zijn met de stappen die worden gezet voor het herdenkingsjaar. Die fractie vroeg meer duidelijkheid over de subsidieverdeling voor de andere thema’s van 2023; Vermeer en Antoni van Leeuwenhoek. De SP betoogde dat zonder begrip van het verleden de keuzes voor de toekomst op de tocht staan. Ook de SP zette vraagtekens bij het voorgenomen budget.

Wethouder Joëlle Gooijer legde uit dat het feitenonderzoek moet worden gezien als een eerste bouwsteen voor wat er verder nog ontdekt gaat worden. Ze zei zich ervan bewust te zijn dat geld maar één keer kan worden uitgegeven maar volgens de wethouder wordt discriminatie ook bestreden door juist nu gesprekken te voeren. Wethouder Frank van Vliet vulde aan dat het stadsarchief binnen zijn bestaande budget het onderzoek laat uitvoeren en dat de extra ton subsidie is bedoeld voor het aanjagen van themajaren. Die extra 100.000 euro is door het college opgenomen in de programmabegroting.

D66 liet aan het eind van het debat weten bij de begrotingsbehandeling terug te komen op dit onderwerp. Hart voor Delft en VVD overwegen moties in de eerstvolgende raadsvergadering van 18 oktober 2022.

Rekenkamerrapport

De gemeente Delft werkt op een passende manier samen met de TU Delft. Niet alle ambities kunnen door personeelsgebrek gerealiseerd worden en de resultaten zijn niet altijd even zichtbaar in de stad, maar de resultaten zijn er. Het college zou de raad wel beter kunnen informeren. Die conclusies staan in het rapport Samenwerking gemeente en TU Delft van de Delftse Rekenkamer. De commissie besprak dit rapport al in de commissievergadering op 25 augustus, maar toen zonder portefeuillehouder Marja van Bijsterveldt.

Zij reageerde donderdagavond op het onderlinge debat dat de commissie vorige maand over het rekenkamerrapport had gehouden. Van Bijsterveldt wees onder meer op de lusten die Delft heeft van de universiteit. Ze wees er onder meer op dat de economische impact van de TU voor de stad mega is. Over de lasten wordt nauw overlegd met de TU en de studentenverenigingen om die zoveel mogelijk te beperken. Wat beter zou kunnen volgens de burgemeester is de zichtbaarheid van de TU in de stad. Delft zou wat haar betreft vaker een proeftuin mogen zijn van de universiteit.

Ze beloofde de fractie van Volt om jaarlijks in de financiële stukken van de gemeente kort te reflecteren op de samenwerking met de TU. STIP kreeg de toezegging dat de burgemeester met het OWEE-bestuur gaat overleggen over de mogelijkheid om tijdens de ontvangstweek een passend programma aan te bieden aan mbo-studenten. De wens van diverse fracties om nauwer betrokken te zijn bij de totstandkoming van het convenant met de TU wees ze af. Dat is volgens haar aan het college en het TU-bestuur. Daarbij worden de wensen en opmerkingen die ze had gehoord meegenomen.

Onderwerpen die in het vernieuwde convenant een plek zouden moeten krijgen zijn volgens diverse commissies studentenhuisvesting en de instroom van buitenlandse studenten. STIP gaf aan, samen met GroenLinks en VVD, in de komende raadsvergadering een amendement op het raadsbesluit te overwegen.

Veiligheid

Maatschappelijk ongenoegen, cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit, jeugd en veiligheid, zorg en veiligheid en ondermijning zijn de prioriteiten die voor de komende vier jaar door politie en justitie zijn aangewezen in het regionaal beleidsplan ‘Coalitie voor de Veiligheid 2023-2026’. Het college zegt in het voorstel Zienswijze concept regionaal beleidsplan ‘Coalitie voor de Veiligheid 2023-2026’ deze regionale prioriteiten te herkennen.

Tijdens de bespreking van het voorstel bleken veel fracties aanvullende wensen te hebben. Zo vond de VVD de zienswijze erg beperkt en zou er meer duidelijkheid moeten komen over wat de prioriteitenlijst betekent voor het handelen van de politie in de wijken van Delft. De ChristenUnie miste high impact crimes als prioriteit in de lijst. Daarnaast vroeg die fractie zich af in hoeverre er lokaal iets gedaan kan en moet worden aan cybercrime.

GroenLinks sprak zijn tevredenheid uit over de zienswijze en over de uitgebreide aandacht in het plan voor preventie. Volt zei dat gender gerelateerde misdrijven een plek op de prioriteitenlijst verdienen. STIP sloot zich daarbij aan. De PvdA sprak over haatmisdrijven en D66 zei dat radicalisering blijvend aandacht van de politie moet krijgen. Hart voor Delft wil dat de politie meer zicht krijgt op de doelgroepen binnen jeugd en veiligheid.

Burgemeester Van Bijsterveldt legde de commissie uit dat de lokale wensen van de partijen een plek kunnen krijgen in het lokale veiligheidsplan dat de raad aan het eind van dit jaar behandelt. Het regionale plan is nodig om vast te stellen wat de politie nodig heeft om haar taken lokaal uit te voeren. Maar wat die lokale taken moeten zijn, daar kan de raad zich nog over uitspreken. Die uitleg stemde de commissie tevreden. Het voorstel is als hamerstuk toegevoegd aan de raadsvergadering op donderdag 18 oktober.

Veiligheidsregio

Ook bij de bespreking van het voorstel Reactie op Regionaal Risicoprofiel en Regionaal Beleidsplan Veiligheidsregio Haaglanden draaide het om de vraag of de fracties zich konden vinden in de conceptreactie van het college op het risicoprofiel en het beleidsplan. De veiligheidsregio voorziet de komende vier jaar vijf risico’s die aandacht verdienen. Dit zijn: bedreiging volksgezondheid, terrorisme, verstoring van de energievoorziening, verstoring openbare orde en gevolgen van extreem weer.

Het college zegt zich in die onderwerpkeuze te kunnen vinden. Daarnaast schrijft het college in de conceptreactie dat de veiligheidsregio moet kijken naar bezuinigingsmogelijkheden en mogelijkheden om binnen de benoemde prioriteiten kostenbesparend te werken. Die opmerkingen zouden volgens Volt weleens gelezen kunnen worden als opgelegde bezuinigingsmaatregelen op de veiligheid. Burgemeester Van Bijsterveldt zei het met Volt eens te zijn dat dat niet de bedoeling was. Volgens haar worden alle verbonden partijen door het college gewezen op verstandig omgaan met geld en is de opmerking vooral bedoeld als aansporing voor meer efficiency. De burgemeester zegde toe dat dat in de zienswijze duidelijker wordt opgeschreven.

De PvdA drong er bij de portefeuillehouder op aan om de meerlaagse waterveiligheid als prioriteit op te laten nemen in het risicoprofiel. Meerlaagse waterveiligheid staat voor maatregelen die overstromingsschade moeten voorkomen. De PvdA las daarover niks terug in het plan terwijl Delft volgens die fractie een serieus probleem heeft als het misgaat met de beschermende dijkring in dit deel van Zuid-Holland. De partij liet weten dit voorstel mee terug te nemen naar de fractie om te kijken hoe dit aandachtspunt een plek kan krijgen in de zienswijze.

Commissievergadering en wandelen in Voorhof

24 september 2022 – In de oordeelsvormende vergadering van de commissie Economie, Financiën en Bestuur staat op donderdag 29 september opnieuw het rekenkameronderzoek naar de samenwerking met de TU Delft op de agenda. Dit onderwerp werd vorige maand al in de commissie besproken, maar omdat de portefeuillehouder afwezig was, is het rapport met het bijbehorende raadsvoorstel opnieuw op de agenda gezet. De commissievergadering begint om 20.00 uur.

De commissie bespreekt in deze vergadering ook het voorstel Zienswijze concept regionaal beleidsplan Coalitie voor de Veiligheid 2023-2026. In dit regionale veiligheidsplan staan onder meer de zaken benoemd die de komende jaren hoog op de takenlijst van de politie staan.

Op de agenda staat verder het voorstel Reactie op Regionaal Risicoprofiel en Regionaal Beleidsplan Veiligheidsregio Haaglanden. In de veiligheidsregio werken de brandweer, gezondheidsdiensten en de politie-eenheid Den Haag samen. Om de vier jaar stellen ze een risicoprofiel op dat de basis vormt voor het regionale beleidsplan. Volgend jaar moeten die vernieuwd zijn.

Wanneer u tijdens het overlegdeel van de vergadering wilt inspreken op een van de agendapunten kunt u zich tot op de dag van de vergadering tot 12.00 uur aanmelden bij de griffie. Belangstellenden kunnen de vergadering bijwonen in de raadszaal of thuis bekijken via de uitzending op de website van de gemeenteraad.

Wijkschouw Voorhof

Eerder die dag houdt de gemeenteraad een wijkschouw in Voorhof. Raadsleden beginnen hun wijkbezoek om 15.30 uur bij de Praktijkschool PrO Grotius aan de Vulcanusweg. Van daaruit starten drie wandelroutes en een fietsroute door Voorhof. Onderweg kunnen bewoners in gesprek met de raadsleden over hun wijk. Rond 18.30 uur komt iedereen terug in de praktijkschool en kan worden nagepraat. Bewoners die hun wensen en ideeën willen delen met de raadsleden kunnen zich tot uiterlijk maandag 26 september aanmelden via griffie@delft.nl.

Onderzoek Joods Vastgoed op de agenda

13 september 2022 – Tijdens een beeldvormende bijeenkomst op donderdag 8 september 2022 kregen raads- en commissieleden een presentatie over een onderzoek naar Joods Vastgoed uit de Tweede Wereldoorlog.

De behoefte aan het onderzoek kwam op in 2020. Kort daarvoor waren de zogenoemde Verkaufsbücher gedigitaliseerd, de administratie die de Duitse bezetter tijdens de oorlog bijhield van geroofd Joods vastgoed. Het tv programma Pointer besteedde aandacht aan de vraag of het Joods vastgoed na de oorlog wel weer bij de rechtmatige eigenaren terecht is gekomen.

Ook in Delft kwam deze vraag op. Raadsleden vroegen zich af hoe de gemeente Delft tijdens en na de Tweede Wereldoorlog is omgegaan met het Joods vastgoed. Het college heeft daarop het Stadsarchief de opdracht gegeven voor een indicatief onderzoek. Dat is uitgevoerd door de historici Ingrid van der Vlis en Kees van der Wiel. Zij voerden een onderzoek uit naar de manier waarop Delft is omgegaan met bezittingen van Joodse Delftenaren. In totaal hebben zij 7 cases kunnen uitdiepen, zoals die van het echtpaar Erschler-Spits uit de Fransen van de Puttestraat 51-53.

W.F. van Oosten maakt omstreeks 1942 deze foto van het Joodse echtpaar Erschler-Spits in Delft. Zij worden kort hierna afgevoerd en vermoord. Wat gebeurt er met hun woning na 1945? (Bron: Stadsarchief Delft 77937).

Het hele onderzoeksrapport is openbaar te raadplegen via het Stadsarchief. Hieronder een korte samenvatting van de uitkomsten (bron: Stadsarchief)

Joods eigendom onteigend

Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog verloren 300 Joodse inwoners hun rechten. Met een reeks maatregelen werd Joden alles afgepakt wat zij bezaten voordat zij werden afgevoerd naar vernietigingskampen. Beheerders verhuurden of verkochten het onroerend goed, vaak aan NSB-sympathisanten.

Uit dit nieuwe onderzoek blijkt dat er in totaal 32 verschillende Joodse eigenaren waren, die samen 73 kadastrale panden en 16 percelen grond in Delft bezaten. De helft van deze eigenaren heeft de oorlog overleefd, de andere helft is vermoord. De gemeente Delft heeft tijdens de oorlog geen onteigende Joodse woningen gekocht, wel vijf percelen land van twee Joodse eigenaren die door de Duitse bezetter gedwongen waren hun bezit te verkopen. Over deze percelen vond in 1948 met een schikking rechtsherstel plaats. De gemeente deed dat met enige tegenzin.

Delft volgde landelijke regels

De belangrijkste conclusie is dat de gemeente Delft na de Tweede Wereldoorlog niet klaarstond voor de Joodse overlevenden en hun nabestaanden. Formeel handelde de gemeente volgens de geldende landelijke regels, maar tegelijkertijd was er geen sprake van het toepassen van een menselijke maat en mededogen. De gemeentelijke instanties deden zo te zien wat tot hun takenpakket hoorde, maar ook niet meer dan dat.

Rechtsherstel

Na de oorlog maakte de Nederlandse regering de onteigeningen ongedaan. De rechtmatige eigenaar kreeg het onroerend goed met terugwerkende kracht weer in bezit. De eigenaar had recht op alle huur- en pachtinkomsten vanaf het moment van onteigening, maar was ook verantwoordelijk voor de gemaakte kosten aan afgeloste hypotheken, onderhoud en gemeentelijke belastingen. De regeling was gericht op herstel, niet op compensatie. Wanneer een rechtsherstelprocedure was afgerond, betrof dat een administratieve correctie: administratief rechtsherstel, niet automatisch moreel rechtsherstel.

Het rechtsherstel volgde daarmee de landelijke regels. Het duurde vaak jaren – soms tot tien jaar toe – voordat rechtsherstel was verleend. De inning van lokale belastingen ging al die tijd gewoon door. Het lijkt erop dat net als in andere steden ook hier de gemeentelijke (belasting)portefeuille leidend was. Zover nu bekend voelde de gemeente geen enkele noodzaak om eventueel ontstane belastingschulden kwijt te schelden en voerde zij dus een strikt juridische redenatie. Dit in tegenstelling tot het Rijk, dat in bepaalde gevallen wel de onroerendgoedbelasting kwijtschold.

Onderzoek op de agenda

Het rapport geeft een feitelijk beeld van de situatie na de oorlog en een pijnlijke inkijk in hoe het strikt toepassen van de regels leidde tot schrijnende situaties.

De aanwezige raadsleden waren onder de indruk van de indrukwekkende en beeldende presentatie, vooral vanwege de persoonlijke situaties. Zij willen graag het onderzoek een keer breed in de raad bespreken. Tijdens de procedurevergadering van de commissie EFB van 29 september zal hiervoor een datum worden gepland.

De collegebrief en samenvatting van het onderzoek zijn terug te vinden via deze link.

Raad in gesprek over Retailonderzoek

Maandag 5 september – Op donderdag 1 september 2022 kregen 10 raadsleden van in totaal 9 fracties en 6 ondernemers uit Delft een presentatie van bureau BRO over het uitgevoerde Retailonderzoek. Onder retail wordt in dit onderzoek detailhandel en horeca verstaan. Daarbij is eveneens gekeken naar andere economische en publieksgerichte functies zoals diensten, cultuur en ambachten.

Het Retailonderzoek vormt een belangrijke basis voor onder andere het Stedelijk Programmeren en de nog op te stellen nota Retailbeleid. Het huidige beleid van de gemeente, de nota Detailhandel Delft, liep tot 2020 en past daarom minder goed bij de huidige en komende opgaven voor Delft.

Tijdens de presentatie kregen de aanwezigen informatie over de hoofdwinkelstructuur, namelijk de binnenstad, In de Hoven en Leeuw&Stein. Belangrijk onderwerpen waren de functiemix in winkelgebieden en de versnippering van bepaalde functies in deze gebieden.

Het Retailonderzoek wordt gebruikt voor de nog op te stellen Retailvisie. Deze wordt naar verwachting eind 2022 naar de raad gestuurd. Het Retailonderzoek en de presentatie zijn voor raadsleden te vinden na inloggen in Notubiz via de uitgebreide raadskalender.

Commissie verwacht meer van samenwerking met TU Delft

26 augustus 2022 – De gemeente Delft werkt op een passende manier samen met de TU Delft. Niet alle ambities kunnen door personeelsgebrek gerealiseerd worden en de resultaten zijn niet altijd even zichtbaar in de stad, maar de resultaten zijn er. De gemeenteraad zou wel beter geïnformeerd kunnen worden door het college. Die conclusies staan in het rapport Samenwerking gemeente en TU Delft van de Delftse Rekenkamer. De commissie Economie, Financiën en Bestuur besprak het rapport in de oordeelsvormende vergadering op donderdag 25 augustus.

In een bestuurlijke reactie op het rapport liet het college weten de aanbevelingen over te nemen. Dat betekent dat het college de raad periodiek over de samenwerking met de universiteit gaat informeren. De ambities die zijn opgenomen in het convenant met de TU worden geactualiseerd en aan de inwoners wordt meer zichtbaar gemaakt wat de samenwerking oplevert.

In de commissie klonk veel steun voor de aanbeveling van de Delftse Rekenkamer aan de raad om aan te geven waar de samenwerking tussen de gemeente en de TU over moet gaan. De meeste fracties hadden daar wel duidelijke ideeën over en het liefst zouden ze die formeel vastgelegd zien in een nieuwe versie van het convenant. Die samenwerkingsovereenkomst bestaat al sinds 2016 en is ook volgens het rekenkamerrapport aan vernieuwing toe.

Als het aan STIP ligt, krijgt ‘verbinding’ daar een prominente plek in. Verbinding tussen de stad en de universiteit, tussen studenten en niet-studenten, maar ook verbinding met het mbo- en hbo-onderwijs.  Die verbreding met de mbo- en hbo-scholen werd ook genoemd door de fracties van Volt, Hart voor Delft, CDA en GroenLinks. Wat het CDA betreft zou het mbo ook moeten kunnen deelnemen aan de OWee.

GroenLinks noemde ook de verbinding met het bedrijfsleven en wees op startende kennisbedrijven in Delft die ruimte nodig hebben om door te groeien. De gemeente kan daar volgens die fractie samen met de TU een rol in spelen.

Niet alleen STIP, maar ook Volt, VVD, Hart voor Delft, D66 en PvdA drongen er bij het college op aan om ook afspraken in het convenant op te nemen over studentenhuisvesting. De ruimte op de campus kan beter worden benut voor wonen en voorzieningen. D66 en Hart voor Delft zien graag dat de TU en de gemeente nog meer aandacht geven aan het aanpakken van de studentenoverlast. Dat punt maakte ook de PvdA. Die fractie had het over sociale inbedding van de TU in de stad.

De TU Delft zou volgens de PvdA ook meer uitgedaagd moeten worden om de groei van het aantal studenten te beheersen. De SP liet weten voorstander te zijn van een beperking van de toestroom van buitenlandse studenten naar Delft. De ChristenUnie stelde dat de noodopvang voor asielzoekers op de campus het belang van de TU voor Delft aantoont.

Vanwege afwezigheid van de burgemeester wordt het debat in de raadsvergadering van donderdag 22 september voortgezet.

Subsidieverordening

Bij de bespreking van het voorstel Vaststellen Algemene Subsidieverordening gemeente Delft gebruikten verschillende fracties hun spreektijd om hun eigen accenten te zetten op het subsidiebeleid van de gemeente Delft. Over het voorstel zelf werden weinig opmerkingen gemaakt. De verordening wordt om de vier jaar geëvalueerd. Sinds 2018 werden kleine wijzigingen doorgevoerd. Nu gaat het om grotere technische aanpassingen en stelt het college voor om de oude verordening in te trekken en een nieuwe subsidieverordening vast te stellen. De meerderheid van de commissie kon zich daarin vinden.

Wethouder Joëlle Gooijer kreeg van de commissie vooral suggesties over de uitvoering van de nog uit te werken subsidieregeling mee. Zo stelde de VVD voor om subsidies altijd tijdelijk te laten zijn. De VVD pleitte er ook voor dat het college bij het verstrekken van subsidies nog scherper toetst op doelmatigheid en beleidsdoelstellingen.

Vlak voor het zomerreces stemde de raad in met het voorstel dat het college subsidieplafonds kan vaststellen. De PvdA wilde weten welke criteria het college daarbij gebruikt en hoe het college gaat voorkomen dat subsidieaanvragers bij het achteraf toekennen van subsidies achter het net vissen. Wethouder Joëlle Gooijer gaf aan dat dat lastig is maar hier wel naar te willen kijken. De ChristenUnie en STIP wezen op het belang van vertrouwen bij het uitkeren van subsidies. Volgens de ChristenUnie moeten instellingen die afhankelijk zijn van gemeentelijke steun ervan op aankunnen dat hun continuïteit niet in gevaar komt. Hart voor Delft zei meer inzicht te willen in de bevoegdheden van het college bij de subsidieverstrekking.

De CDA-fractie kondigde aan in de raadsvergadering van donderdag 22 september met een motie te willen komen. Die fractie drong er bij de wethouder op aan om duurzaamheidssubsidies alleen te verstrekken aan mensen die het echt nodig hebben. Volgens het CDA gebeurt het nu te vaak dat die subsidies worden verstrekt aan mensen die duurzaamheidsmaatregelen zoals zonnepanelen of elektrisch rijden zelf makkelijk kunnen betalen.

Delfts blauw

De commissie sprak in deze vergadering ook over de vragen die D66 eerder dit jaar stelde aan het college over de Europese erkenning van Delfts blauw. De Europese commissie wil industriële producten een beschermde status geven. Het Europese systeem voor geografische aanduidingen beschermt de namen van producten die uit bepaalde regio’s komen. Voor landbouwproducten en levensmiddelen die in een bepaald gebied worden gemaakt, bestaat die beschermde status al.

Parlementsleden willen deze bescherming nu uitbreiden naar niet-agrarische producten om bescherming van authenticiteit en speciale knowhow mogelijk te maken. In een eerdere studie werden Delfts blauw en Makkumer aardewerk aangemerkt als producten uit Nederland die hiervoor in aanmerking komen. D66 vroeg het college werk te maken van deze erkenning, maar in de beantwoording van de vragen wees het college op de beperkte ondersteunende rol die de gemeente hierbij kan spelen.

Wethouder Maaike Zwart herhaalde in de commissievergadering wat het college eerder had laten weten. De drie bestaande producenten van Delfts blauw moeten zelf het initiatief nemen om die erkenning aan te vragen via het ministerie van Economische Zaken. Als ze dat doen, stuurt het ministerie de aanvraag door naar de Europese commissie. De wethouder zei bereid te zijn om zo’n aanvraag te ondersteunen. De fracties van CDA, SP, GroenLinks en PvdA konden zich vinden in dat antwoord. Volt en Hart voor Delft lieten weten dat het college wel iets meer zou kunnen doen dat leidt tot Europese erkenning van Delfts blauw.

Wethouder Zwart acht die kans op dit moment klein. De producenten voeren komende week een eerste gesprek. Ze moeten nog op één lijn komen. De vraag is volgens de wethouder ook wat de meerwaarde is van Europese erkenning van een product dat al wereldberoemd is. Daarnaast zou het volgens haar ook denkbaar kunnen zijn dat niet het product, maar het ambacht erkend wordt. Daarover moeten de makers van de Delfts blauw het eerst eens worden, voordat het volgens de wethouder tijd is dat de gemeente er íets mee doet. Zwart noemde het nog te vroeg om als gemeente een voortrekkende rol te nemen maar als het zo ver is, is zij bereid om de ondernemers hierbij te ondersteunen D66 zei blij te zijn met de steun die de wethouder uitsprak.

Raad en commissies hervatten vergaderseizoen

23 augustus 2022 – Het zomerreces zit er weer op en het vergaderseizoen gaat weer beginnen. De commissie Economie, Financiën en Bestuur komt op donderdag 25 augustus bij elkaar in de raadszaal voor de oordeelsvormende vergadering.

De vergadering begint om 19.30 uur met een presentatie van de Delftse Rekenkamer over haar rapport Samenwerking gemeente en TU Delft. De fracties kunnen dan vragen stellen aan de rekenkamer. Het inhoudelijke debat wordt in het overleggedeelte van de vergadering gehouden.

De commissie buigt zich deze avond ook over het voorstel Vaststellen Algemene Subsidieverordening gemeente Delft. Elke vier jaar wordt deze verordening geëvalueerd. Dat gebeurde voor het laatst in 2018. Tussentijds zijn er kleine wijzigingsvoorstellen aan de raad voorgelegd, zoals onder meer het vastleggen van subsidieplafonds in de raadsvergadering van 7 juli 2022. Nu stelt het college voor om een aantal grotere wijzigingen door te voeren.

Verder bespreekt de commissie de antwoorden die het college gaf op schriftelijke vragen van D66 over de Europese erkenning van Delfts Blauw.

Belangstellenden kunnen de vergadering bijwonen in de raadszaal of thuis bekijken via de webcast. Insprekers kunnen zich tot op de dag van de vergadering tot 12.00 uur melden bij de griffie.

Positieve jaarrekening stemt commissie gematigd positief

24 juni 2022 – In de oordeelsvormende vergadering op donderdag 23 juni is in de commissie Economie, Financiën en Bestuur door de fracties in meer of mindere mate positief gereageerd op de Jaarrekening 2021.

Uit de jaarrekening blijkt dat, ondanks een positief rekeningresultaat, de financiële positie van Delft er structureel niet beter op wordt. Dat resultaat van ruim 23 miljoen euro schrijft het college toe aan incidentele oorzaken en aan extra ontvangen geld dat dit jaar en daarna wordt uitgegeven. Van dat resultaat wil het college ruim 21 miljoen euro besteden aan de plannen die in 2021 door corona of andere redenen nog niet uitgevoerd konden worden. De resterende 1,2 miljoen euro kan wat het college betreft naar de Algemene reserve Weerstandscapaciteit.

GroenLinks constateerde tevreden dat het college wil blijven investeren in de stad. Omdat er zoveel geld over is, stelde GroenLinks in de commissie voor om eens te kijken naar een andere manier van begroten. Dat zou volgens GroenLinks meer cyclisch kunnen of in fases. Maar een reactie van het college op die suggestie bleef uit.

Wethouder Martina Huijsmans liet wel weten dat het college de adviezen van de commissie Rekening en Audit overneemt. Die commissie van raadsleden wil dat het college gaat nadenken over nieuwe indicatoren en over de verhouding tussen incidentele en structurele baten en lasten. Daar was het CDA blij mee. Die fractie vroeg onder meer aandacht voor realistisch ramen. Ook vindt het CDA dat het college de jaarrekening in de Stadskrant op een begrijpelijke manier moet uitleggen de Delftenaren.

Als het aan Hart voor Delft ligt, heeft het college heel veel meer uit te leggen aan de gewone Delftenaren. Niet alleen dat Delft er financieel niet florissant voorstaat, maar ook dat er weinig plannen zijn om werk te maken van de bijstandsaanpak, het speeltoestellenbeheer, visies voor de Brasserskade en Delftse Hout en vertrekkende bedrijven uit Delft. Hart voor Delft wees op het rapport De Staat van Delft 2022. Het vorige college blikt daarin terug op de afgelopen vier jaar en in welke mate de gestelde beleidsdoelen zijn gehaald.

De SP wilde weten of er iets met die cijfers gebeurt. De fractie wees onder meer op veiligheid en eenzaamheid. De subjectieve veiligheid scoort gemiddeld in Delft 89%, maar in Poptahof ligt dat percentage jaar na jaar rond 65 en 70%. Eenzaamheid werd ook door STIP aangehaald. STIP liet weten dat helft van de jongeren in Delft stress en eenzaamheid ervaart. Voor alle Delftenaren ligt dat percentage op 40%.

De VVD was tevreden met de belofte van het college werk te maken van de adviezen van de commissie Rekening en Audit. Volt vroeg het college aandacht te hebben voor de toenemende energiearmoede. De ChristenUnie las in De Staat van Delft 2022 dat de gemeentelijke dienstverlening door de Delftenaren wordt beoordeeld met een 7,7. Het rapport spreekt over klanten en cliënten, maar dat suggereert volgens de ChristenUnie dat Delftenaren voor een paspoort ook in Rijswijk terecht kunnen. De ChristenUnie zei recht te willen doen aan alle Delftenaren en sprak de wens uit dat de gemeente voortaan niet meer spreekt over Delftenaren als klanten of cliënten.

De Staat van Delft 2022 inspireerde ook de PvdA. Die fractie wees onder meer op het hoge percentage eenzaamheid, het groot aantal schoolverlaters zonder diploma en het wisselende vertrouwen in het college. De Delftenaren geven zowel het college als de gemeenteraad een vertrouwensscore van 6,4. Onafhankelijk Delft las in de jaarrekening een klein positief resultaat en stelde vast dat de toekomstverwachtingen somber zijn. D66 drong aan op voortzetting van de wijkversterkingsopgave in de Buitenhof en vroeg het college om als er zich een nieuwe coronagolf aandient een volgende vaccinatieronde  extra per wijk onder de aandacht te brengen.

Wethouder Huijsmans liet weten dat 2021, net als 2020, door corona en het herstel daarna, een jaar was waarin niks vanzelfsprekend was. Wat haar betreft gaat het college de komende de tijd aan het werk, worden er stappen gezet, wordt het gesprek gevoerd en wordt er nog scherper gelet op financiële afwijkingen. Burgemeester Marja van Bijsterveldt ging onder meer in op het vertrouwen van de Delftenaren in het stadsbestuur. Ze vroeg de commissie om dat samen met het college op te pakken. Het vertrouwen in het openbaar bestuur is kwetsbaar, zei de burgemeester. Ze sprak de hoop uit dat blijvende inzet in kwetsbare wijken dat vertrouwen omhoog krikt.

Het voorstel Jaarrekening 2021 plus het voorstel met adviezen van de R&A-commissie worden in de raadsvergadering op donderdag 30 juni door de gemeenteraad vastgesteld. Volt liet weten wellicht met een motie te komen bij dit agendapunt.

Filmhuis Lumen

Het voorstel Garantstelling nieuwbouw Filmhuis Lumen kreeg de goedkeuring in de commissie van nagenoeg alle fracties. Eind 2020 besloot de raad al om budget beschikbaar te stellen voor een subsidie uit Fonds 2040 en voor de garantstelling van 1,2 miljoen euro op de hypotheek voor de nieuwbouw van Lumen.

De aanvraag voor de garantstelling is verhoogd, omdat de BNG Bank eist dat de gemeente garant staat voor de volledige hypotheek. De BNG Bank rekent een lagere rente, waardoor de exploitatie van het filmhuis volgens het college flink verbetert. Diverse fracties herhaalden blij te zijn met de verhuizing van Lumen naar Nieuw Delft en het streven van het filmhuisbestuur om ook andere doelgroepen uit de Delftse wijken naar Lumen te krijgen. De VVD had zijn twijfels. Niet over de verhoging van de garantstelling met 1,7 miljoen naar 2,9 miljoen euro, maar over het afdekken van het risico voor de gemeente.

Dat risico is er volgens wethouder Frank van Vliet nauwelijks. Als hij de resterende vragen van de VVD de komende dagen naar tevredenheid beantwoordt, dient de VVD in de raadsvergadering op donderdag 7 juli geen motie in. In dat geval wordt dit voorstel als hamerstuk toegevoegd aan de agenda.

Zienswijze

In het proceduredeel van de vergadering stelde de commissie vast dat de zienswijze op de ontwerpbegroting voor 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoering Delft Rijswijk (GRB) ongewijzigd aan het GRB-bestuur kenbaar gemaakt kan worden.

Camera’s

Als het aan STIP ligt, gaat Delft niet meer in zee met bedrijven die samenwerken met overheden die mensenrechten schenden. De gemeente Delft zou daar scherper op moeten zijn en ook het inkoopbeleid op moeten aanpassen. STIP zei dat tijdens de bespreking van de antwoorden die de fractie had ontvangen van het college op vragen over omstreden camera’s. In Delft blijken vier camera’s te hangen van Chinese makelij. Volgens het college houden ze geen gevoelige locaties in de gaten.

STIP drong ook aan op meer informatie over het cameratoezicht in Delft. Andere gemeenten geven die informatie op hun website en dat zou Delft volgens STIP ook moeten doen. STIP kreeg veel bijval van andere fracties. Bijna alle fracties, waaronder D66, Onafhankelijk Delft, Volt, SP en GroenLinks vroegen wethouder Huijsmans of het college bereid is om het inkoopbeleid aan te passen. De VVD zei veiligheid boven privacy te willen stellen en de ChristenUnie vond dat de commissie niet de illusie moest hebben al het kwaad uit de wereld te kunnen helpen.

Wethouder Huijsmans wees de commissie erop dat in het huidige inkoopbeleid al rekening wordt gehouden met duurzaamheidsdoelen. Over het idee dat Delft, in navolging van Amsterdam, een sensorenregister zou moeten hebben, zei de wethouder eerst het gesprek te willen aangaan over wat er dan verplicht gemeld zou moeten worden. Dat gesprek zou de raad volgens Huijsmans zelf kunnen voeren in een beeldvormende bijeenkomst. Diverse partijen gaven te kennen die sessie te willen voorbereiden.

Burgemeester Marja van Bijsterveldt beloofde in het overleg met justitie en politie de zorg uit de commissie over te brengen over de onbekende herkomst van de camera’s die de politie gebruikt.

STIP liet aan het eind van het debat weten in de raadsvergadering van donderdag 7 juli met een motie te komen. De raad praat dan verder over dit onderwerp.

Bodycams

De Delftse toezichthouders en handhavers krijgen bodycams. Aan de invoering daarvan wordt gewerkt. Dat bleek tijdens de behandeling van de collegereactie op schriftelijke vragen van het CDA over bedreiging en geweld tegen diverse beroepsgroepen. STIP plaatste een paar kritische kanttekeningen bij het voornemen om de handhavers uit te rusten met bodycams. Die fractie wees onder meer op de risico’s van privacy schending en dataopslag. D66 wilde weten waarom het aantal meldingen van geweld en bedreiging is toegenomen. Burgemeester Van Bijsterveldt zei dat toe te schrijven aan de coronaperiode en de tijdgeest, waarin de lontjes korter worden. Ook de bereidheid van handhavers en hulpverleners om agressief gedrag te melden is toegenomen.

Volgens de burgemeester hoeft STIP zich geen zorgen te maken, omdat de invoering van bodycams heel zorgvuldig wordt voorbereid. De suggestie van Onafhankelijk Delft om de boa’s niet standaard van camera’s maar van een wapenstok te voorzien, wees Van Bijsterveldt van de hand. De burgemeester wees onder meer op de goede ervaringen in andere gemeenten met bodycams. Uit proeven blijkt dat ze de-escalerend werken. De VVD riep de commissie op om raadsbreed stelling te nemen tegen geweld. Dit onderwerp komt niet terug in de raadsvergadering. Volgens de fracties was het voldoende besproken.

Veiligheid

High Impact Crime (HIC) en fietsendiefstal, Overlast, Veiligheidsbeleving, Ondermijning, Radicalisering en polarisatie zijn de vijf prioriteiten die door het college zijn aangemerkt in het Uitvoeringsplan Veiligheid 2022. Dit plan is onderdeel van het Veiligheidsplan 2019-2022 en is een vervolg op het uitvoeringsplan 2019-2020.

Burgemeester Van Bijsterveldt kreeg in de commissiebehandeling van diverse fracties aandachtspunten en suggesties mee om het veiligheidsbeleid aan te scherpen. De ChristenUnie merkte daarbij op dat het college ook scherp moet zijn op de formulering van soorten overlast. Studenten- en jongerenoverlast kunnen volgens de ChristenUnie ook aangemerkt worden als woon- of geluidsoverlast. Maar die mening deelde de burgemeester niet. Overlast moet volgens haar benoemd worden om gericht aangepakt te kunnen worden.

De suggestie van het CDA om preventie niet bij de wijkagent te laten beginnen maar thuis en op school, deelde de burgemeester wel. Daar gaat de gemeente de komende tijd ook via de wijkaanpak meer op inzetten, liet Van Bijsterveldt weten. De CDA-fractie kwam daarnaast met het idee om net als andere grote steden het rioolwater op drugsgebruik te meten. Dat zou volgens het CDA kunnen helpen bij het maken van een gerichte drugsaanpak. Die suggestie nam de burgemeester niet over, omdat de metingen niet uitwijzen waar de drugs vandaan komen. Zij verwacht meer van een inzet die is gericht op voorlichting en op het voorkomen van drugsgebruik. STIP en Onafhankelijk Delft reageerden tevreden op het streven van het college om bewoners meer digitaal weerbaar te maken. Hoewel het met de veiligheid in Delft de goede kant op gaat, neemt de digitale criminaliteit toe.

Onafhankelijk Delft zou vaker de wijkagent willen zien en Hart voor Delft vroeg om concrete plannen voor de wijken Hof van Delft, Buitenhof, Voorhof en Wippolder. In die wijken komt meer dan één keer per dag een misdrijf voor en dat is wat Hart voor Delft betreft te veel. De fractie vroeg zich tevens af of het zin heeft om bewoners meer weerbaar te maken als ze niet eens zelfredzaam zijn.

Burgemeester Van Bijsterveldt wees op de beperkte capaciteit van de politie en de maximale inzet die er volgens haar voor zorgt dat de wijkagenten zo zichtbaar mogelijk zijn in de wijken. Daarnaast wees ze nogmaals op de toekomstige wijkversterkingsaanpak en de continue aanpak om in wijken overlast en vernieling tegen te gaan.

De VVD liet weten dat die fractie het liefst extra budget beschikbaar stelt voor de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. De VVD overweegt daarover bij de behandeling van de kaderbrief in de raadsvergadering op 30 juni een motie in te dienen. Ook de CDA-fractie wil in die vergadering met een motie komen. Onafhankelijk Delft liet weten dit onderwerp mee terug te nemen naar de fractie. Die fractie gaat nadenken hoe de wijkagent weer meer in beeld kan komen. Dat betekent dat het uitvoeringsplan ook op de agenda komt te staan van de raadsvergadering op donderdag 7 juli.