Woningmarktafspraken leiden tot uitvoerig debat

26 juni 2020 – In de commissie Sociaal Domein en Wonen is op donderdag 25 juni uitgebreid gesproken over de contouren van het Delftse bod om in de regio Haaglanden tot nieuwe woningmarktafspraken te komen. Doel van die afspraken is om tot 2030 meer balans op de regionale woningmarkt en voldoende aanbod in Delft te realiseren, ook voor mensen met minder draagkracht.

Het college verwacht dat er via de regionale afspraken in Delft de komende tien jaar 1000 tot 1500 woningen gebouwd kunnen worden voor die doelgroep. Het college maakt daarbij de kanttekening dat de getallen lager kunnen uitvallen, omdat het aan de woningcorporaties is om te bepalen hoe zij hun geld willen inzetten. Zij hebben namelijk niet alleen de opdracht om te bouwen, maar ze moeten bestaande woningen ook renoveren en verduurzamen. Daarnaast is het volgens het college de vraag of dat samen kan met de aanzienlijke opgave die Delft heeft voor de studentenwoningen.

STIP zei verbaasd te zijn dat er meer sociale huurwoningen worden bijgebouwd, omdat dat volgens die fractie niet in lijn is met de afspraken in de Woonvisie. STIP wees op de groeiende behoefte aan studentenwoningen en drong er bij wethouder Karin Schrederhof op aan dat de balans wordt nagestreefd. Wat de SP betreft is die balans in Delft ver te zoeken, omdat het college in de ogen van die fractie heeft ingestemd met minder sociale huurwoningen. Delft wordt volgens de SP een stad van jongeren, van ouderen en van vermogenden. Daarnaast noemde de SP het schandalig dat de bestaande sociale huurwoningen van slechte kwaliteit zijn.

Evenwicht                                                               

GroenLinks constateerde tevreden dat het college streeft naar meer evenwicht op de woningmarkt en dat daarbij wordt gekeken naar de bouw van extra goedkope koopwoningen, particuliere sociale huurwoningen of sociale huurwoningen van corporaties. GroenLinks sprak zijn bezorgdheid uit over het gebrek aan goedkope koopwoningen in Delft en wees er ook op dat de landelijke verhuurdersheffing de nieuwbouw door corporaties beperkt. De VVD zei juist een groeiende behoefte in Delft te zien aan middeldure en dure koopwoningen. Volgens die fractie moet het college zich aan de afspraken uit de Woonvisie houden.

Op papier lijkt het volgens de fractie van het CDA erop dat de lasten om de woningen bij te bouwen eerlijk worden verdeeld over de regio. In de praktijk is het volgens het CDA zo dat een arme Delftenaar die moet verhuizen zich geen Delftenaar meer kan noemen, maar een inwoner van Haaglanden, omdat die huurder noodgedwongen moet verhuizen naar een andere gemeente. Het CDA merkte daarbij ook op dat het daarbij vaak gaat om mensen die generaties lang in Delft hebben gewoond, terwijl studenten wel een plek in Delft kunnen vinden. Wat de ChristenUnie betreft zou er bij het zoeken naar meer balans op de woningmarkt ook gekeken moeten worden naar de mogelijkheden om met tijdelijke jongerencontracten meer woonruimte te realiseren.

Doorstroming

Voor de PvdA is het belangrijk dat er voor alle Delftenaren een passend woningaanbod te vinden is. Het middel om dat voor elkaar te krijgen is volgens de PvdA doorstroming creëren op de woningmarkt. CDA en SP wezen de PvdA erop dat die doorstroming niet geldt voor Delftenaren die noodgedwongen naar elders moesten verhuizen, zoals bijvoorbeeld de bewoners van het Heilige Land. Het terugverhuizen naar Delft is voor hen volgens die twee fracties onmogelijk. De PvdA benadrukte dat het aantal sociale huurwoningen in absolute aantallen niet achteruit gaat in Delft en dat de doorstroming bevorderd moet worden om zodat er meer sociale huurwoningen beschikbaar komen.

Stadsbelangen Delft vindt dat het college vooral in gesprek moet blijven met de corporaties, omdat de communicatie tussen huurders en corporaties in het verleden niet naar behoren was. D66 zei blij te zijn dat de corporaties meer ruimte krijgen om in het middenhuursegment te bouwen. Daarnaast vroeg D66 aandacht voor de brief van het Platform Energietransitie Delft, waarin onder meer wordt ingegaan op de verduurzaming van de woningvoorraad. De gemeente zou daar volgens het platform meer op moeten sturen.

Criteria

In haar beantwoording lichtte wethouder Karin Schrederhof onder meer de status van het Delftse bod op de regionale woningmarktafspraken toe en beaamde ze, na aandringen van het CDA, dat studentenwoningen in die afspraken niet meetellen. Het CDA noemde het een bittere pil dat Delftenaren plaats moeten maken voor studenten. De fractie drong aan op criteria voor studenten.

GroenLinks zei te geloven in een goede balans tussen sociale huurwoningen en studentenwoningen. Die fractie vroeg de wethouder in gesprek te gaan met de corporaties over de verschillende huurprijzen in de sociale sector om de doorstroming te bevorderen. GroenLinks zei in tegenstelling tot de VVD niet te geloven dat minder sociale huurwoningen minder kosten betekenen voor de gemeente.

De fracties van SP, CDA en Stadsbelangen Delft zeiden aan het eind van het debat dat ze dit onderwerp intern verder gaan bespreken. Als daar moties uit voortkomen, zal de raad zich daar in een volgende vergadering over uitspreken.

Verschillen

De verkenning Een stad met verschillen die op verzoek van de raad door het college was opgesteld om de veronderstelde tweedeling in Delft in kaart te brengen en te duiden, maakte in de commissie veel los. Op vragen van de Adviesraad Sociaal Domein liet het college weten dat dit stuk nadrukkelijk geen beleidsnota is, maar is bedoeld om in de raad het gesprek op gang te brengen over het brede vraagstuk rondom de vele dimensies die twee- en meerdeling in de Delftse samenleving kent.

GroenLinks was blij met deze verkenning. De fractie stelde de commissie voor om dit onderwerp verder uit te diepen in een beeldvormende sessie over intersectionaliteit. Dat is het idee dat individuen in een samenleving discriminatie en onderdrukking ondervinden op grond van een veelvoud van factoren. Het voorstel van GroenLinks kreeg onder meer bijval van D66 en de PvdA. Wat D66 betreft gaat het vooral om het scheppen van gelijke kansen. STIP steunde eveneens het beeldvormende voorstel van GroenLinks en voegde daar aan toe ook een stadsgesprek te willen houden over discriminatie en racisme.

Volgens de SP moeten in het beleid niet de symptomen van de tweedeling worden aangepakt, maar de oorzaak en dat is in de visie van de SP het verschil tussen mensen die geen geld en mensen die wel geld hebben. Vermogen en inkomsten zijn volgens de SP in Delft de scheidslijnen die bepalen hoe de stad is verdeeld. Het CDA wees onder meer op de bevolkingsopbouw van Delft, waarin de leeftijdsgroep van 29 tot 45 jaar achterblijft bij jongeren en ouderen. Het CDA zei bezorgd te zijn dat die groep geen plek vindt om in Delft te kunnen blijven wonen.

In ogen van de VVD bestaat er in Delft geen 2-deling, maar een 103.000-deling. Alle bewoners van Delft zijn volgens de VVD verantwoordelijk voor hun eigen geluk. De gemeente moet zorgen voor gelijke kansen, maar de rol van de overheid blijft wat de VVD betreft beperkt. Ook Stadsbelangen Delft gaf te kennen een beperkte rol voor de overheid te zien. De ChristenUnie ziet wel een rol voor de overheid weggelegd als het gaat om het wegnemen van ongelijke kansen. Daarnaast wees de ChristenUnie op de gescheiden werelden waarin mensen leven en het belang van elkaar ontmoeten. De ChristenUnie vroeg wethouder Schrederhof de mogelijkheid te bekijken om in het subsidiekader bepalingen op te nemen om subsidieverzoeken die gescheiden werelden bij elkaar brengen eerder te honoreren. De wethouder beloofde er naar te zullen kijken. De PvdA steunde het verzoek van de ChristenUnie.

De SP liet weten de verkenning mee terug te nemen naar de fractie om wellicht in een volgende raadsvergadering hierover een motie in te dienen.

Gezondheidsbeleid

De notitie Gezondheidsbeleid Delft 2020-2026, Werken aan positieve gezondheid zorgde in de commissie voor overwegend positieve reacties. Met deze kadernota voldoet het college aan de wettelijke plicht dat een gemeente om de vier jaar een nota over gezondheidsbeleid opstelt. Gezondheid wordt daarbij niet als doel op zich gezien, maar ook als middel om andere doelen zoals meer regie op het eigen leven, mee kunnen doen in de maatschappij en gebruik maken van sociale netwerken te bereiken.

In de commissie werden door de fracties verschillende aandachtspunten aangestipt, zoals een jaarlijkse evaluatie van het beleid en de blijvende betrokkenheid van bewoners bij het uitwerken van de verdere plannen uit de nota. STIP vroeg specifiek aandacht voor gezond eten op scholen en wees op het JIP (jongereninformatiepunt) dat kampt met capaciteitsproblemen. Nadat wethouder Schrederhof erop had gewezen dat het JIP dat probleem eerst moet bespreken met Delft voor Elkaar liet STIP weten dit onderwerp mee terug te nemen naar de fractie.

De PvdA stelde de andere fracties voor dat de raad zelf het goede voorbeeld kan geven in het gebruik van de AED’s. Die fractie zei bereid te zijn om een raadsbijeenkomst te organiseren over het gebruik van deze apparaten die worden gebruikt het leven te redden van iemand met een hartstilstand.

Schuldhulpverlening

Positieve reacties waren er in de commissie ook te horen bij de bespreking van het Jaarverslag schuldhulpverlening 2018-2019 en de evaluatierapporten van goedlopende projecten te weten het Jongeren Perspectief Fonds (JPF) en vroegsignalering van schulden (meldpunt EMMA - Eerder melden, Minder Achterstand). De Financiële Winkel van Delft (FWvD) voert de schuldhulpverlenende taak van de gemeente Delft uit. Het aantal unieke aanmeldingen steeg in 2019. In 2018 waren dat er 424 en vorig jaar 498. De hoogte van het gemiddelde schuldbedrag in Delft bleef ruim 43.000 euro ongeveer gelijk, maar ligt hoger dan het landelijk gemiddelde bedrag van zo’n 38.000 euro.

Door de fracties werden diverse aspecten op het gebied van de schuldhulpverlening bij wethouder Schrederhof onder de aandacht gebracht. De ChristenUnie wees onder meer op de inzet van budgetbeheer en de wachttijden bij de FWvD. GroenLinks sprak zijn zorgen uit over de positie van alleenstaanden en alleenstaande ouders. Wethouder Schrederhof beloofde dat het college na gaat wat er met die groep aan de hand is en hoe het beleid daar integraal eventueel op aangepast kan worden.

STIP vroeg de wethouder of contacten met onderwijsinstellingen kunnen helpen in de aanpak van de schuldenproblematiek. De wethouder liet weten dat die contacten er zijn en dat met vmbo-leerlingen projecten zijn gedaan over het voorkomen van schulden. Wat STIP betreft mogen de projecten van het JPF en meldpunt EMMA structureel worden voortgezet. De wethouder wees erop dat die keuze aan de raad is, omdat er dan wel structureel geld voor vrij moet worden gemaakt.

De PvdA zei blij te zijn met de proactieve aanpak van het college en vroeg net als enkele andere fracties waaronder Groep Stoelinga, VVD, Stadsbelangen Delft en D66 aandacht voor de groep ondernemers en ZZP’ers die door de coronacrisis in de schulden dreigen te raken. Wethouder Schrederhof zei dat voor die groep een plan van aanpak in de maak is. Ze verwacht dat dat plan in het najaar aan de gemeenteraad kan worden voorgelegd.

Aan het eind van het debat zag geen van de fracties aanleiding om in de komende raadsvergadering een motie in te dienen, zodat dit onderwerp niet op de agenda van de raad komt te staan.

Pagina opties