Uitvoerig debat over balans tussen muziekgenot en overlast

Dit item is verlopen op 17-02-2020.
17 januari 2020 – In de oordeelsvormende vergadering van de commissie Economie, Financiën en Bestuur is op donderdag 16 januari uitvoerig gesproken over de evaluatie incidentele festiviteiten. In de commissie stelden diverse fracties voor om de Incidentele festiviteitenregeling te versoepelen, terwijl andere fracties daar juist weinig voor voelden.

De regeling die past binnen de landelijke regelgeving werd in 2017 na overleg tussen gemeente, de Omgevingsdienst Haaglanden, ondernemers en bewoners opgerekt. De regeling had al een 12-puntensysteem voor uitsluitend binnen-activiteiten. De verruimde regeling geeft ondernemers de mogelijkheid om muzikanten incidenteel ook buiten versterkt te laten optreden. Dat kost dan wel extra punten en zo’n festiviteit mag slechts eenmaal per vier weken worden gehouden.

De evaluatie die na twee seizoenen is opgesteld, bevat nu enkele aanpassingen. Ondernemers hoeven een festiviteit niet meer twee weken voorafgaand bij de gemeente aan te melden, maar kunnen dat nu tien dagen van tevoren doen en ook het maximaal aantal decibel is iets verruimd.

In de beeldvormende bijeenkomst die de commissie vorige week hield, bleek al dat met name de horecaondernemers en muzikanten vinden dat de regeling flexibeler moet worden. Dat was ook de boodschap van vier insprekers, waaronder Guus Mentink.

Mentink sprak in 2018 al de vrees uit dat Delft een slaapstad zou worden en zette die woorden kracht bij met de petitie Geluidsregels in Delft die toen 385 keer werd ondertekend. Hij wees de commissie er donderdag op dat die groep niet was betrokken bij de evaluatie. Ook de andere drie insprekers hielden vanuit hun visie als bewoner, ondernemer en muzikant een pleidooi voor meer levendigheid in de stad.

Puntensysteem

De fractie van STIP rekende de commissie voor dat die levendigheid terugloopt; van 130 incidentele festiviteiten in 2017 naar 77 in 2019. Volgens STIP schrikt het puntensysteem muzikanten en ondernemers af en moet de regeling verbeterd worden. STIP pleitte daarom voor meer duidelijkheid over de regels, een integrale evenementenkalender en het aanpassen van de frequentie die nu per individuele ondernemer vaststaat op vier weken.

STIP zei ook open te staan voor de suggestie van D66 om eventueel de verdeling van de punten te veranderen om op die manier het systeem te versoepelen. Stadsbelangen Delft sprak over een draak van een regeling. Volgens Stadsbelangen Delft is de regeling met een veel te smal draagvlak samengesteld en zijn muzikanten nooit gehoord. Stadsbelangen Delft vroeg burgemeester Marja van Bijsterveldt in gesprek te gaan met alle betrokken partijen en de regeling aan te passen om tot een betere balans tussen leefbaarheid en levendigheid in de stad.

Ingewikkeld

De SP sloot zich daarbij aan en hield een pleidooi voor meer maatwerk. Maar daar zei de burgemeester niet voor te voelen, omdat de regels al behoorlijk ingewikkeld zijn en zij ze niet nog ingewikkelder wilde maken. Daarnaast wees ze de commissie erop dat de regels die Delft nu heeft veel ruimer zijn dan in andere steden en na lang overleg tussen horecaondernemers en bewoners tot stand zijn gekomen. Ze beloofde STIP wel te laten kijken naar het verbeteren van de informatie over de regeling en naar het opstellen van een evenementenkalender.

Volgens het CDA moet er ook een balans zijn tussen rust en feest en is die balans in de evaluatie wel gevonden. Ook de ChristenUnie was tevreden met de reactie van de burgemeester en de evaluatie, maar die fractie zei het wel lastig te vinden dat een grote groep Delftenaren blijkbaar niet tevreden is. D66 en GroenLinks zeiden ook voorstander te zijn van meer maatwerk en een soepeler regeling, waarbij D66 de punten anders zou willen verdelen en meer festiviteiten verspreid over stad zou willen zien.

De VVD voelt niets voor een aanpassing van de huidige regeling, omdat die juist de goede balans tussen leefbaarheid en levendigheid waarborgt. De PvdA zei het eens te zijn met het terugbrengen van de meldingsplicht van veertien naar tien dagen. Daarnaast wees de PvdA op het belang van het beschermen van bewoners tegen overlast, dat overlast ervaren heel persoonlijk en subjectief is, dat de regeling noodzakelijk is. De PvdA zei voorts niet tegen aanpassingen te zijn zolang die door alle betrokkenen gedragen worden. De SP zei het jammer te vinden dat de burgemeester weinig voelt voor het aanpassen van de regels. Die fractie overweegt een motie. Ook de fractie van STIP komt in de raadsvergadering op donderdag 30 januari wellicht met moties.

Lachgas

Bij de bespreking in de commissie van het voorstel periodieke actualisering Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft was er veel steun voor de suggestie van Onafhankelijk Delft om in de APV maatregelen op te nemen die het gebruik van lachgas ontmoedigen. De fractie van Onafhankelijk Delft wees op de plannen van het kabinet om de handel in lachgas te verbieden en op andere gemeenten die daarop vooruitlopend zelf beperkingen in de APV hebben opgenomen.

Andere fracties, waaronder CDA, ChristenUnie, D66 en de PvdA steunden het pleidooi van Onafhankelijk Delft. GroenLinks had een paar eigen wijzigingsvoorstellen, zoals een verbod op plastic tijdens evenementen en een verbod het weggooien van sigarettenpeuken. Beide suggesties van GroenLinks wees burgemeester Van Bijsterveldt af. Ze noemde een verbod op plastic te gedetailleerd en te politiek om in een APV te regelen en het weggooien van peuk is al verboden, want de Delftse APV verbiedt afval op straat te werpen.

Het idee om een lachgasverbod via de APV in Delft in te stellen, nam de burgemeester ook niet over. Zij adviseerde de commissie eerst de landelijke wetgeving af te wachten. Wellicht dat Delft via een ventverbod in evenementenvergunningen het gebruik van lachgas kan beperken. Dat wil de burgemeester verder laten uitzoeken. Onafhankelijk Delft vond dat niet ver genoeg gaan en kondigde voor de komende raadsvergadering een amendement aan. Van Bijsterveldt herhaalde dat ze nog eens goed gaat kijken naar de mogelijkheden binnen de APV met betrekking tot lachgas. Die extra informatie deelt ze voor de raadsvergadering van 30 januari met de commissie.

Prinsenhof

Het college kan rekenen op de steun van de meerderheid in de commissie om bij het uitwerken van het ontwerp van schets naar een definitief ontwerp voor museum Prinsenhof Delft meer tijd te nemen. In een brief aan de raad spreken b en w de verwachting uit dat het ontwerpproces loopt tot in het derde kwartaal van 2021. De raad krijgt dan volgens het college een degelijk inzicht in investeringskosten, dekking en effecten.

De VVD wees wethouder Bas Vollebregt in het debat op de aangenomen motie om de raad te laten kiezen uit drie scenario’s met noodzakelijke, wenselijke en eventuele aanpassingen in en rond het museum. Vollebregt zei daar geen volmondig ja op, maar liet weten dat die drie scenario’s wel worden opgenomen in het ontwerpproces. Daarnaast stelde hij de commissie gerust dat de stad betrokken blijft bij dat proces, net zoals de raad die binnenkort een voorstel krijgt van het college over de manier waarop de raad grip houdt op de ontwerpfase.

Wim van Leeuwen gebruikte aan het begin van de vergadering zijn inspreekminuten om namens de werkgroep van betrokken bewoners en belanghebbenden een doorstart van de werkgroep voor te stellen. De wethouder zei graag gebruik te blijven maken van de expertise in de werkgroep. Hoe dat gaat gebeuren, moet volgens Vollebregt nog vorm krijgen, omdat de direct betrokkenen in de werkgroep in de ontwerpfase een eigen rol in het proces hebben.

Eneco

Het voorstel van het college om de Delftse aandelen in Eneco te verkopen is door een ruime meerderheid van de commissie als hamerstuk toegevoegd aan de raadsagenda van 30 januari. Alleen de SP had liever gezien dat wethouder Stephan Brandligt de minister zou vragen om van het opwekken en verkopen van duurzame energie een rijksoverheidstaak te maken. De wethouder liet weten dat hij dat niet gaat doen en adviseerde de SP dat via de eigen Tweede Kamerfractie onder de aandacht van het kabinet te brengen. Dat is volgens de SP al gebeurd.

Een meerderheid van de raad sprak twee jaar geleden de intentie uit dat Delft de Eneco-aandelen niet zou verkopen. STIP, VVD en Stadsbelangen Delft waren destijds voorstander van verkoop. De andere fracties gebruikten het debat donderdagavond om uit te leggen dat de tijden veranderd zijn en dat het weinig zin heeft om als enige gemeente aandelen te houden in een consortium van Mitsubishi Corporation en CHUBU Electric Power Co.

Daarnaast betekent de aandelenverkoop voor de Delftse gemeentekas een bruto opbrengst van ruim 100 miljoen euro. Diverse fracties deelden alvast hun ideeën met de wethouder over de besteding van dat bedrag. D66, GroenLinks en STIP zien het liefst dat het geld voor de lange termijn wordt besteed aan de verduurzaming van Delft. Wat de PvdA betreft moet er ook worden geïnvesteerd in mensen, of zoals Stadsbelangen Delft zei in het sociaal domein.

De fractie van Onafhankelijk Delft vindt dat het wegvallen van de jaarlijkse anderhalf miljoen euro aan dividend ook opgevangen moet worden. CDA en VVD drongen er bij de wethouder op aan om met zorgvuldige bestedingsvoorstellen te komen. De VVD wil de opbrengsten onder meer gebruiken om Delft financieel weer gezond te maken.

De ChristenUnie vroeg ook om meer duidelijkheid over het proces en vroeg wethouder Brandligt om in de begroting met een staatje helder in beeld te brengen wat er met het Eneco-geld gebeurt. De wethouder beloofde de ChristenUnie dat dat inzichtelijk wordt gemaakt.

Ook de wens van GroenLinks en diverse andere fracties om de stad te betrekken bij de bestedingsplannen zal door het college verder worden uitgewerkt. Wethouder Brandligt verzekerde de commissie dat dit niet de laatste keer was dat er over de Eneco-gelden wordt gesproken. Hij kondigde een voorstel aan over de spelregels en richtlijnen voor de uitgaven en het betrekken van de stad. De komende kadernota zal volgens de wethouder ook een voorstel bevatten hoe het weggevallen dividend de komende jaren getrapt wordt afgebouwd.

Beeldvorming

De commissie Ruimte en Verkeer hield op deze donderdag raadsdag de tweede beeldvormende bijeenkomst over het Mobiliteitsplan Delft 2040. Na de eerste bijeenkomst in oktober 2019 vonden twee stadsgesprekken plaats. De conclusies van die gesprekken werden aan de commissie gepresenteerd.

Ook werd stilgestaan bij de denkrichtingen over mobiliteit en werd het actieplan CO2-reductie in het verkeer: duurzame mobiliteit besproken. Tijdens de raadssessie hebben raadsleden en bewoners gesproken over de thema’s: denkrichtingen MPD en ambities, ingrediënten agenda en tempo uitvoering en actieplan CO2-reductie in het verkeer. Bij deze raadssessie waren 12 raadsleden en 9 bewoners aanwezig. Volgens planning ontvangt de raad in het tweede kwartaal van 2020 het Mobiliteitsplan Delft 2040 van het college.

Na de bespreking van het Mobiliteitsplan Delft 2040 in de commissie Ruimte en Verkeer van juni wordt het Mobiliteitsplan ter inzage gelegd. In september/oktober 2020 vindt de definitieve besluitvorming door college en gemeenteraad plaats. 

Pagina opties