Raad wil grip houden op innovatie jeugdzorg

Dit item is verlopen op 28-06-2014.
28 mei 2014 – Hoe kan de raad samen met het college lokaal invulling en sturing geven aan de jeugdzorg die op regionaal niveau wordt geregeld? Die vraag domineerde het debat in de overlegvergadering van de commissie Algemeen op dinsdag 27 mei.

De commissie behandelde de Innovatieagenda Jeugdzorg Haaglanden.  Deze agenda maakt onderdeel uit van een driejarig zakelijk partnerschap tussen de negen stadsgewestgemeenten en de twaalf jeugdzorgaanbieders in de regio. Zij hebben met elkaar afgesproken dat de continuïteit in de zorg voor alle jongeren in Haaglanden gewaarborgd blijft en dat gelijktijdig wordt gewerkt aan de vernieuwing van de jeugdzorg.

Over die vernieuwing en de invloed daarop van de raad werden in de commissie tal van vragen gesteld. De kersverse wethouder Aletta Hekker  kon niet op alle vragen antwoord geven, maar ze zegde de commissie een procesvoorstel toe, waarin staat wanneer de raad aan zet is om mee te praten en mee te beslissen.

Over de Innovatieagenda lieten verschillende fracties kritische geluiden horen. D66 vond dat het stuk in meer begrijpelijke taal geschreven had mogen worden. Stadsbelangen hekelde het verdwijnen van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. Bureau Jeugdzorg neemt die functie over. Het CDA omschreef de agenda als een overlevingsdocument van de jeugdzorginstellingen dat geen enkel belang van het kind dient.

De wethouder benadrukte dat de agenda regionaal is opgesteld, maar lokaal verder moet worden ingevuld. De raad wordt daar bij betrokken. De werkgroep Innovatie Sociaal Domein van de gemeenteraad houdt daarbij ook een vinger aan de pols.

Vrijwilligerswerk

SP en CDA overwegen in de raadsvergadering op donderdag 5 juni moties in te dienen bij de beleidsnota Vrijwilligerswerk 2014-2018. De beleidsnota vloeit volgens het college voort uit de veranderende kijk op de participatiesamenleving waar iedereen naar vermogen meedoet. In de nota staan de uitgangspunten van het Delftse vrijwilligerswerk omschreven.

Inspreker Gerrit Kadijk sprak namens de Interkerkelijke Stichting voor Ondersteuning bij Financiën en Administratie (ISOFA) zijn verbazing uit, evenals diverse fracties, dat de nota zonder de inbreng van de Delftse vrijwilligersorganisatie tot stand was gekomen. Met hen was geen overleg gevoerd.

Dat gaat gebeuren bij het opstellen van de uitvoeringsnota, zo lichtte wethouder Raimond de Prez toe. In dat actieplan worden de uitgangspunten omgezet in concrete zaken. Wat volgens verschillende fracties nu al geregeld zou mogen worden, zijn de maatschappelijke stages die scholieren lopen. Vanaf het volgende schooljaar houdt de financiering op en zijn scholen niet meer verplicht hun leerlingen op stage te sturen. Diverse fracties, waaronder CDA en ChristenUnie, drongen er bij de wethouder op aan hierover met de scholen te gaan praten.

Dat gaat wethouder De Prez doen. Hij lichtte daarbij toe dat de commissie overigens geen voorstel van het college hoeft te verwachten om de financiering van die stages over te nemen, gelet op de krappe financiële positie van de gemeente.  Het CDA pleitte voor het overeind houden van de stages, omdat jongeren op die manier kennismaken met vrijwilligerswerk en wellicht ook na hun stage vrijwilliger blijven. De SP waarschuwde in de commissie voor verdringing van betaald werk in de zorg door vrijwilligerswerk. GroenLinks probeerde de wethouder tevergeefs over te halen een sociale kaart over en voor het vrijwilligerswerk op te stellen. De Prez ziet daarin geen toegevoegde waarde, omdat organisaties onderling en de gemeente elkaar prima weten te vinden. Wie vragen heeft over vrijwilligerswerk kan terecht op de website van Participe of bij het Startpunt Wonen, Zorg en Welzijn. Het idee van de inspreker om een vrijwilligerscentrale in het leven te roepen nam de wethouder ook niet over.

Jaarverslagen

De commissie had bij de bespreking van de twee jaarverslagen over 2013 veel lof voor de vrijwilligers van het Interkerkelijk Sociaal Fonds (ISF) en de Interkerkelijke Stichting voor Ondersteuning bij Financiën en Administratie (ISOFA).

Mensen die geen beroep kunnen doen op de schuldhulp, kunnen bij deze stichtingen aankloppen voor financiële steun en begeleiding. De stichtingen doen dat dankzij giften van de kerken en ISOFA ook dankzij subsidie van de gemeente. Beide instanties krijgen het steeds drukker en financieel wordt het ook krap om mensen in nood te helpen. De ChristenUnie vroeg wethouder Stephan Brandligt in overleg met de stichtingen het nijpend gebrek bespreekbaar te maken. De wethouder beloofde dat te doen.

Hij antwoordde op vragen van STIP over het maatschappelijk effect van beide organisaties dat als deze er niet zouden zijn veel mensen in Delft met financiële problemen niet geholpen zouden worden. Om de vindbaarheid van beide stichtingen te verbeteren, komen ze allebei op de website van de gemeente te staan.

Pagina opties