Meningen verdeeld over Langer en Weer Thuis

Dit item is verlopen op 05-08-2019.
5 juli 2019 – In de overlegvergadering van de commissie Algemeen is op donderdag 4 juli uitgebreid gedebatteerd over de Uitvoeringsagenda Langer en Weer Thuis 2019-2022. De aanpak om ouderen, eventueel met zorg langer thuis te laten wonen en bijzondere doelgroepen na opvang en beschermd wonen weer naar zelfstandig wonen uit te laten stromen werd door de fracties wisselend ontvangen.

De PvdA had complimenten voor wethouder Karin Schrederhof, omdat er naar de mening van die fractie belangrijke stappen zijn gezet. Andere fracties, waaronder CDA. ChristenUnie en STIP lieten weten dat ze juist meer concrete stappen hadden verwacht.

Het CDA was teleurgesteld en merkte daarbij op dat de agenda wel heel erg gericht is op hulpbehoevende ouderen, terwijl de meeste ouderen in Delft geen zorg nodig hebben maar wel goede huisvesting. De fractie wees op enkele particuliere initiatieven, maar de gemeente zou volgens het CDA een grotere rol moeten spelen in het realiseren van woningen voor ouderen, zoals dat gebeurt voor studentenwoningen. Daarnaast hield het CDA een pleidooi voor een ouderenhuisvestingsbeleid en drempelvrije nieuwbouwwoningen in Delft. Op die suggestie werd onder meer door GroenLinks, D66 en ChristenUnie positief gereageerd.

Volgens de ChristenUnie is het bouwen van seniorenwoningen niet voldoende. In de visie van die fractie moeten er ook plekken komen in Delft waar ouderen samen kunnen wonen en waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.

STIP zei blij te zijn met het convenant Langer en Weer Thuis dat eind vorig jaar werd ondertekend. Hierin hebben de Delftse woningcorporaties, aanbieders van zorg en welzijn en de gemeente Delft afspraken gemaakt om ervoor te zorgen dat Delftenaren langer thuis, of weer thuis kunnen wonen. STIP pleitte er bij de wethouder ook voor om te kijken naar alternatieve woonprojecten, zoals The Commons in Almere. In dit meer-generatie-woonproject worden door zowel ouderen, gezinnen en jongeren lusten, lasten, hulp, opvang en energie gedeeld. Een dergelijk project zou volgens STIP ook in Delft passen en in het vraagstuk van de ouderenhuisvesting zou de gemeente ook de kennis van de TU Delft kunnen benutten.

Ook GroenLinks was positief over het convenant en het feit dat er volgens de afspraken ook geluisterd wordt naar de cliënten van de betrokken organisaties. Stadsbelangen Delft vroeg de wethouder wat te doen aan de wachtlijsten voor de verzorgingshuizen en de VVD zei blij te zijn met particuliere initiatieven die leiden tot meer woningen voor ouderen.

Aanleiding voor wethouder Schrederhof om de uitvoeringsagenda op te stellen was de motie Ouderenhuisvestiging van CDA, ChristenUnie en SP die de raad eind 2016 had aangenomen. De motie vroeg het college onder meer om samen met de ouderen, woningcorporaties en andere experts de vraag en innovaties bij elkaar te brengen, en een plan van aanpak te maken voor de huisvesting van ouderen nu en in de toekomst. Wethouder Schrederhof legde uit dat de concrete plannen in het najaar komen, nadat eerst meer onderzoek is gedaan. Ze deelde ook haar zorg met de commissie over de groep Delftenaren die stil achter de voordeur zit, wellicht hulp of zorg nodig heeft, maar waar de gemeente geen zicht op heeft. Dat is volgens haar een groep waar iedereen alert op moet zijn. Ze beloofde Stadsbelangen Delft dat ze verslag doet aan de raad over haar gesprekken met DSW, GGZ en Pieter van Foreest over de wachtlijsten voor ouderen.

De ChristenUnie zei het onderzoek in het najaar te willen afwachten en dan te bekijken of de motie als afgedaan kon worden beschouwd. GroenLinks deelde dat standpunt, net als SP, Stadsbelangen Delft, CDA en STIP. De laatste twee fracties overwegen moties die ze in de raadsvergadering op donderdag 11 juli kunnen indienen.

Voorzieningen

Bij de bespreking van het voorstel Verordening Voorzieningen fracties raads- en commissieleden 2019 zei de SP teleurgesteld te zijn dat de vergoedingen met zo’n 900 euro per fractie omhoog gaan. Voor de SP hoeft dat niet. De fractievergoeding mag van de SP flink omlaag. Onafhankelijk Delft liet weten helemaal geen behoefte meer te hebben aan de fractievergoeding. De VVD pleitte tot verrassing van de overige fracties voor een halvering van de vergoeding.

De VVD merkte daarbij wel op dat andere fracties daar geen voorstander van zijn en dat de VVD daarom ook akkoord kon gaan met het voorstel, maar als het aan de VVD konden de fracties hun werk ook voor de helft doen. Dat standpunt verbaasde onder meer GroenLinks en PvdA. GroenLinks wees erop dat de VVD bij de besprekingen over de hoogte van de vergoeding geen bezwaar had gemaakt. De PvdA vond dat de VVD veel lawaai maakte en dat de vergoeding een positief effect heeft op het stadsbestuur. D66 betaalt er al jaren een fractiesecretaris van en ziet het budget als een kwaliteitsimpuls voor de fractie.

Dat standpunt werd ook ingenomen door andere partijen die het budget gebruiken om raads- en commissieleden trainingen te laten volgen, zodat ze hun werk voor de gemeenteraad beter kunnen doen. De ChristenUnie wees tevens op het belang van de eigen verantwoordelijkheid van de fracties. Dat deed ook Stadsbelangen Delft. Die fractie zei akkoord te gaan met het voorstel, want het geld dat fracties niet uitgeven, gaat terug naar de gemeentekas. 

Burgemeester Marja van Bijsterveldt beaamde dat elke fractie een eigen afweging moet maken bij het gebruik van het fractiebudget. Ze hield de fracties voor niet in kosten te denken, maar in het investeren in mensen en in het bestuur van Delft. De gemeenteraad van Delft gaat in vergelijking met steden van gelijke omvang, zeer sober om met de vergoedingen. De burgemeester wees er bovendien op dat lokale partijen landelijk geen geld krijgen en helemaal afhankelijk zijn van het lokale fractiebudget.

De commissie besloot dat dit onderwerp als hamerstuk in de komende raadsvergadering kan worden afgetikt. In de procedurevergadering had de commissie dat ook al besloten over het voorstel Verantwoording fractievergoedingen 2018. Ook dat voorstel wordt volgende week met een klap van de voorzittershamer vastgesteld.

Fonds Delft 2040

Wat is de rol van de raad en hoe houdt de raad controle? Die vragen werden door nagenoeg alle fracties gesteld in het debat over het voorstel Fonds Delft 2040. Met dit voorstel stelt de gemeenteraad de kaders voor het fonds en de spelregels voor de te gebruiken financieringsvormen vast.

Fonds Delft 2040 moet er de komende jaren voor zorgen dat de projecten uit de Agenda Delft 2040 samen met de stad gerealiseerd worden. Wethouder Stephan Brandligt herinnerde de commissie eraan dat het gaat om een totaal geschat investeringsbedrag van 1,4 miljard euro. Het deel dat de gemeente voor haar rekening neemt, is geraamd op 75 miljoen euro. In het fonds zit op dit moment ruim 47 miljoen.

Brandligt legde uit dat de raad bepaalt wat er uitgaat en wat er binnenkomt. De raad heeft de bevoegdheid om daarover besluiten te nemen. Daarnaast beloofde de wethouder dat de raad per project en tweemaal per jaar wordt geïnformeerd over het fonds. De volgende bijpraatsessie met de raad wordt in oktober gehouden. Hij beloofde de fractie van de VVD om eind 2020 een evaluatie op te stellen over het fonds. Ook dit voorstel werd als hamerstuk aan de raadsagenda toegevoegd.

Startersleningen

SP en VVD vonden elkaar niet alleen in het debat over de fractievergoedingen. Ook in de bespreking van de Evaluatie SVn-fonds 2014-2018 vonden beide fracties elkaar in hun wens om een eind te maken aan de starterslening. De lening die wordt verstrekt via het SVn fonds (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting) vergroot de kans voor starters dat ze een huis kunnen kopen. In 2018 werden in Delft 22 startersleningen verstrekt.

Als het aan de VVD ligt, werkt de gemeente daar niet meer aan mee. De crisis op de woningmarkt is volgens de VVD voorbij en is overheidssteun niet meer nodig, omdat huizenkopers ook bij banken terecht kunnen. Ook de SP vindt dat de gemeente geen bank moet spelen. Die fractie vindt dat de gemeente voor voldoende betaalbare koopwoningen moet zorgen, in plaats van leningen voor starters.

Andere fracties deelden die standpunten niet en pleitten voor het voorzetten van de startersleningen en andere regelingen uit het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting. De ChristenUnie vindt daarbij wel dat de regeling eigenlijk alleen voor starters uit Delft zou moeten gelden. Het college zei bij monde van wethouder Schrederhof dat ze de aanbevelingen uit de evaluatie overneemt. Dat betekent dat in Delft ook in 2020 een beroep gedaan kan worden op het SVn fonds.

De VVD liet aan het eind van het debat weten een motie te overwegen. Die kan de fractie op 11 juli indienen tijdens de raadsvergadering.

Verordening

Hoewel het voorstel Wijzigingen Verordening Jeugdhulp Delft op de agenda stond van de overlegvergadering, had geen enkele fractie de behoefte om over dit voorstel iets te zeggen. Wethouder Hatte van der Woude gaf hen daarin groot gelijk, omdat het volgens haar gaat om een technische wijziging van een vier jaar oude verordening. Ze liet de commissie weten dat de nieuwe verordening na de zomer aan de raad wordt voorgelegd. Het voorstel is als hamerstuk toegevoegd aan de agenda van de komende raadsvergadering.
 

Pagina opties