Meerderheid tevreden over de Staat van Delft

Dit item is verlopen op 23-03-2018.
23 februari 2018 – Een meerderheid van de fracties heeft in de vergadering van de commissie Algemeen op donderdag 22 februari met tevredenheid teruggeblikt op de afgelopen collegeperiode.

Dat gebeurde tijdens de behandeling van het rapport de Staat van Delft 2014 - 2018. Hierin maakt het college van b en w aan het eind van deze raadsperiode de balans op van het gevoerde beleid. Het college concludeert in het rapport dat de meeste van de meetbare doelen uit het bestuursprogramma 2014 - 2018 zijn gehaald.

D66 gaf daarbij als voorbeelden van succes: de gerealiseerde werkgelegenheid, het groeiende toerisme en de ontwikkelingen op het gebied van de openbare ruimte en van cultuur. Als aandachtspunten waar het volgende college scherp op moet zijn, noemde D66 de wijken Buitenhof en Voorhof waar de sociale waardering beter kan en de klimaatdoelstellingen die bij lange na niet zijn gehaald.

Coalitiegenoten

De coalitiegenoten van D66; STIP, GroenLinks, PvdA en VVD reageerden net zo content op het beleid dat het college de afgelopen vier jaar heeft uitgevoerd. Daarbij plaatsten ze ieder hun eigen accenten. STIP vroeg onder meer aandacht voor duurzaamheid dat volgens die fractie in elk plan standaard een plek moet krijgen. Daarnaast vindt STIP dat de gemeente meer moet inzetten op digitale dienstverlening en cultuur in combinatie met sociale doelstellingen.

In de bespiegelingen van GroenLinks kwam eveneens duurzaamheid naar voren als een onderwerp waarbij geen enkele maatregel onbenut gelaten mag worden. Daarnaast pleitte GroenLinks bij de doelstelling economie voor meer banen voor lager opgeleiden. De PvdA noemde als zorg de achterblijvende ontwikkelingen in de Buitenhof en Voorhof. De VVD sprak over een succesvolle collegeperiode, waarin Delft bijna failliet ging en weer omhoog krabbelde. Voor de VVD blijven de hoge lokale lasten en de stadsschuld de komende jaren punten van aandacht.

Oppositiepartijen

De politieke nabeschouwingen van de oppositiepartijen Stadsbelangen Delft, SP, ChristenUnie, CDA en Fractie Van Koppen waren kritischer van toon. De ChristenUnie constateerde dat het college vier jaar geleden de lat voor zichzelf op sommige doelstellingen niet heel erg hoog had gelegd. De ambities hadden van die fractie hoger mogen zijn. De ChristenUnie zou er geen moeite mee gehad hebben als het college nu moest vaststellen dat de doelen niet waren gehaald, omdat de ambities vier jaar terug te hoog waren. Desondanks sprak de ChristenUnie haar waardering uit voor de collegeleden die Delft door een moeilijke periode hebben geloodst.

Die waardering kwam ook van het CDA, omdat het volgens die fractie om politieke en menselijke moed vraagt om verantwoordelijkheid te nemen voor het besturen van de stad. Het CDA herinnerde het college aan het begin van de raadsperiode, waarin bijna elk idee van de oppositie werd weggestemd terwijl er volgens het CDA constructief oppositie werd gevoerd. De oppositiepartijen sloten in 2014 ook een akkoord voor vier jaar met daarin hun aandachtspunten.

Daarvan zag Stadsbelangen Delft in de Staat van Delft niks terug. De Staat van Delft moet dan ook volgens die fractie worden gezien als een coalitie-collegefeestje en wordt de echte staat van Delft pas na de verkiezingen zichtbaar. In het rapport mistte Stadsbelangen Delft onder meer het ouderenbeleid, het behoud van voorzieningen en de bestrijding van armoede. Thema’s die de afgelopen vier jaar volgens Stadsbelangen Delft te weinig aandacht kregen van het college. De fractie sprak daarnaast de zorg uit dat langzaam het beeld van voor de crisis weer opdoemt; Delft gaat weer investeren, miljoenen, terwijl dat geld er nog niet is. Stadsbelangen Delft vindt dat Delft fouten uit het verleden moet voorkomen.

Als het aan de SP ligt, moet het college over vier jaar ook rapporteren over de stand van wonen in Delft. Daarnaast stelde de SP vast dat Delft gigantisch achterloopt met het halen van de energiedoelstellingen. Volgens de SP moeten of die doelstellingen worden aangepast, of er moet een tandje bij. Fractie Van Koppen was niet zo tevreden met de vergelijkingen die het college in de Staat van Delft maakt. De fractie adviseerde het college dat voortaan dichter bij huis te zoeken en Delft niet te vergelijken met de rest van Nederland.

Zwarte cijfers

Wethouder Aletta Hekker was blij met de positieve reacties én de kritische kanttekeningen. In de discussie of het college vier jaar geleden voldoende of te weinig ambitie had, wees de wethouder op 2014, een andere periode. Het vaststellen van indicatoren en ambities was volgens haar geen doel op zich. Daarnaast verzekerde ze de commissie dat, nu Delft weer zwarte cijfers schrijft, de gemeente nog steeds behoedzaam met de financiën omgaat. Waar het volgende college de pijlen volgens haar op moet richten zijn onder meer banen op alle niveaus en de transformatie in het sociaal domein.

Groei van de werkgelegenheid werd ook genoemd door wethouder Ferrie Förster als blijvend aandachtspunt voor het college. Net als verdere ontwikkeling van het toerisme in Delft. Daar zit volgens hem nog veel potentie in. Wethouder Stephan Brandligt hield de commissie voor dat er over vier jaar waarschijnlijk geen lokale klimaatdoelstellingen meer staan in het eindrapport van het college. Hij verwacht dat die doelstellingen landelijk vertaald worden en wettelijk bepaald worden. Wethouder Raimond de Prez somde veertien maatregelen in het ouderenbeleid op. Hij beaamde dat het sportbeleid op achterstand staat, maar dat dat reden te meer is om vooruit te blijven werken. Wethouder Lennart Harpe ging de scores langs op het gebied van bereikbaarheid. Hij concludeerde daaruit dat alles beter wordt en de schwung er wel inzit.

Schieoevers

Bij de bespreking van de ontwikkelingen op Schieoevers was René Hartevelt van de Bedrijven Kring Schieoevers net als vorige week in de commissie Economie, Financiën en Bestuur, als inspreker aanwezig, om zijn zorgen over die ontwikkelingen te delen met de commissie. Het college wil in Schieoevers een deel van de woningbouwambitie (15.000 woningen erbij in Delft) plus 3.000 arbeidsplaatsen realiseren. Hartevelt vroeg de commissie om te zorgen voor voldoende tijd. Die tijd is volgens hem nodig om te onderzoeken hoe de huidige bedrijven niet in hun ontwikkeling beknot worden en hoe de huidige milieunormen behouden kunnen blijven. Daarnaast vroeg hij om een intensief participatieproces waarin de 140 leden van de bedrijvenkring kunnen meedenken over de plannen voor dit deel van Delft.

Net als vorige week kondigde de VVD een motie aan die in de raadsvergadering op donderdag 8 maart bij dit onderwerp wordt ingediend. De VVD vreest dat woningbouw een rem zet op de huidige bedrijven. Ook andere partijen hebben hun twijfels bij de voorgestelde mix van wonen en werken. Omdat er nog zoveel onduidelijk is vroegen diverse partijen het college ook om nu nog geen onomkeerbare besluiten te nemen.

Wethouder De Prez benadrukte dat die beslissingen nog niet worden genomen. Op dit moment wordt gewerkt aan een milieueffectrapportage (mer). Volgens De Prez bestaat er nog geen duidelijk beeld van de mogelijkheden in het gebied en is er ook nog geen concreet beeld van gemengd wonen en werken. Het doel is wel duidelijk meer woningen en meer banen in Delft. Niks doen, zorgt volgens de wethouder, zeker niet voor meer banen. De resultaten van de mer zullen aan de raad worden voorgelegd en daarna moet een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Wethouder De Prez verwacht dat dat nog wel een jaar onderweg is. In die tijd blijft de gemeente met de ondernemers in Schieoevers in gesprek over de plannen.

Prinsenhofgarage

Op verzoek van GroenLinks, CDA en ChristenUnie besprak de commissie een brief van het college over de verkoop door de gemeente van de Prinsenhofgarage aan ParkerenDelft. De nieuwe parkeergarage in de Spoorzone wordt na de overdracht aan het parkeerbedrijf op maandag 5 maart in gebruik genomen. In de brief somde het college een aantal risico’s op, waarbij de drie fracties wilden weten hoe het college die wil voorkomen.

Wethouder Harpe legde uit dat ParkerenDelft (waarvan de gemeente de enige aandeelhouder is) aan de knoppen zit om de risico’s te beperken. Het parkeerbedrijf kan draaien aan de parkeertarieven, rentelasten en exploitatiekosten. De wethouder zei daarnaast dat het college alert blijft en dat de raad periodiek geïnformeerd blijft over ParkerenDelft. Over ruim een jaar kan de raad een eerste evaluatie verwachten van het integrale parkeerbedrijf.

Pagina opties