Financieel optimisme klinkt in commissie

Dit item is verlopen op 20-06-2016.
20 mei 2016 – In de overlegvergadering van de commissie Economie, Financiën en Bestuur klonken op donderdag 19 mei voorzichtig optimistische geluiden over de Delftse financiën voor de komende jaren.

In een technische presentatie schetsten financieel deskundigen van de gemeente het meerjarenbeeld dat hoort bij de Kadernota die de commissie op donderdag 16 juni politiekinhoudelijk bespreekt. Het duurt nog jaren voordat Delft weer helemaal financieel gezond genoemd kan worden, maar de gemeente is inmiddels op de goede weg.

Uit een financiële stresstest is gebleken dat het begrotingssaldo en het weerstandsvermogen positief scoren en dat de schuldpositie van Delft minder zorgelijk wordt. Voor de investeringsopgave en de beïnvloedbare begroting geldt volgens het gehanteerde stoplichtensysteem nog wel een code rood. De test wijst verder uit dat de gemeente weinig ruimte heeft om lokale belastingen nog verder te verhogen, aangezien de lokale woonlasten nu reeds als hoog worden geclassificeerd. Op dit moment is Delft één van de duurste gemeenten van Nederland, maar vanaf 2018 kan daar verandering in komen. In de presentatie werd gemeld dat vanaf dat jaar de onroerendezaakbelasting wellicht omlaag kan en dat de OZB in 2017 bevroren zou kunnen worden, zonder dat dit nadelige gevolgen heeft voor de begroting. Of dat ook daadwerkelijk gaat gebeuren, kan echter nog niet worden beloofd. Ook de invoering van de hondenbelasting zou in 2017 met een jaar kunnen worden uitgesteld. Verder hadden de fracties vooral vragen over de schuldpositie van Delft. Die lijkt vanaf 2022 weer in de pas te lopen met de landelijke norm.

De fracties praten op 16 juni politiek verder over de Kadernota die als opmaat geldt voor de programmabegroting die in november door de gemeenteraad wordt vastgesteld. In die commissievergadering krijgen ook de inwoners en instellingen van Delft kans om hun zegje te doen over kaders voor toekomstige jaren die het college heeft geschetst.

IT-diensten

Bij het gewijzigd raadsvoorstel over een gemeenschappelijke bedrijfsvoeringsorganisatie van Delft en Rijswijk voor de gemeentelijke IT-diensten werden door verschillende fracties vraagtekens gezet.

Delft en Rijswijk probeerden drie jaar geleden tot een gezamenlijk dienstencentrum te komen, maar bliezen de plannen af toen bleek dat de kosten hoger zouden worden dan de baten. In het gewijzigde voorstel dat alleen over de IT-diensten gaat, voorziet het college een besparing van 150.000 euro voor Delft. Beide gemeenten werken al samen op IT-gebied en dat leverde Delft tot nu toe 50.000 euro op. Rijswijk koopt werkplekken in bij Delft. Onafhankelijk Delft verklaarde principieel tegen gemeenschappelijke regelingen te zijn. De SP sprak de vrees uit dat zo’n regeling in de loop der tijd steeds verder wordt uitgebreid en uiteindelijk uitdraait op een fusie met Rijswijk.

Daar is volgens Wethouder Aletta Hekker geen sprake van. Andere fracties, zoals de ChristenUnie, PvdA en CDA bleken in de commissie niet overtuigd te zijn van het nut om een gemeenschappelijke regeling op te tuigen, zeker niet als die wordt opgezet als groeimodel waar de gemeente moeilijk kan uitstappen. Zij vroegen om een stevige exit-strategie. Net als de ChristenUnie refereerde de SP aan extra bureaucratie die met deze regeling wordt opgetuigd. Wethouder Hekker stelde dat dit wel gaat meevallen en dat voor de vorm van een bedrijfsvoeringsorganisatie is gekozen omdat dat een light-vorm is van een gemeenschappelijke regeling. Het lukte echter niet om alle twijfels over het voorstel weg te nemen. CDA, PvdA, ChristenUnie, Stadsbelangen Delft, SP en Fractie Van Koppen lieten weten dat ze in hun fracties een definitief standpunt gaan bepalen. Onafhankelijk Delft is tegen het voorstel en VVD, D66, STIP en GroenLinks zijn voor. De raad neemt op donderdag 2 juni een besluit over het voorstel.

Initiatiefvoorstel

De wisselende reacties van fracties in het debat over het initiatiefvoorstel Elk stembureau telt bracht Onafhankelijk Delft ertoe om voor de komende raadsvergadering met een aangepast voorstel te komen. Voor drie van de vier onderdelen die Onafhankelijk Delft in het voorstel had opgenomen bleek in de commissie geen meerderheid te zijn. De meeste fracties volgen daarbij de lijn van het college die in een reactie het voorstel had afgeraden aan de raad.

Onafhankelijk Delft wil dat er geen verschil meer in het aantal stembureaus wordt gemaakt bij verkiezingen of referenda en dat deze als vast getal door de raad worden vastgesteld. Net als het college vinden de meeste fracties het legitiem dat bij verkiezingen of referenda gekeken wordt naar de kosten van de stembureaus.
Onafhankelijk Delft stelt ook voor om bij elke landelijke of lokale verkiezing de politieke partijen dezelfde ruimte voor hun campagnes te geven in de stadskrant en om ook bij referenda verkiezingsborden te plaatsen. Bij referenda moeten het volgens STIP en Stadsbelangen Delft de initiatiefnemers van een referendum zijn die campagne voeren en niet de politieke partijen.

Onafhankelijk Delft stelde verder voor om de mogelijkheid te onderzoek om tijdens verkiezingen of een referendum live de opkomst bekend te maken. Diverse fracties lieten weten dat ze daar wel sympathiek tegenover staan. Burgemeester Bas Verkerk gaf aan dat de kosten om dat mogelijk te maken circa 20.000 euro kunnen bedragen en beloofde daarover meer technische informatie naar de raad te sturen. Onafhankelijk Delft zal in een gewijzigd raadsvoorstel alleen dit onderdeel in de raadsvergadering op 2 juni in stemming laten brengen.

Zienswijzen

De concept-zienswijze van het college op de begroting 2017 van de Metropoolregio is met een aanvulling van D66 op de brief van het college ongewijzigd door de commissie overgenomen. De commissie stemde verder in met de concept-zienswijze op de begroting van de Veiligheidsregio Haaglanden.

Ombudsfunctie

Een meerderheid van de commissie wil dat de Nationale Ombudsman de gemeentelijke ombudsfunctie blijft uitvoeren. In een notitie stond een inventariserende vergelijking tussen voortzetting van de aansluiting bij de Nationale Ombudsman en gebruikmaking van de gemeentelijke Ombudsman van Den Haag. De SP had net als de ChristenUnie gehoopt op een uitgebreidere commissiebehandeling, maar een peiling in de commissie maakte de standpunten over dit onderwerp al snel duidelijk. De ChristenUnie lichtte toe zowel voor- als nadelen te zien in een lokale ombudsfunctie, waarbij de extra kosten als nadeel werden bestempeld. De SP zag ook voordelen in een lokale ombudsman. De fractie vond de commissie-uitkomst tegelijkertijd niet verbazingwekkend, omdat een motie van de fractie over een gemeentelijke ombudsfunctie voor zorg en jeugdzorg in 2014 ook was verworpen.
 


 

Pagina opties