Commissie staat stil bij zwaardere jeugdzorg

Dit item is verlopen op 28-12-2012.
28 november 2012 - De commissie Samenleving en Volkshuisvesting heeft dinsdag 27 november  een externe oriëntatie over de zwaardere jeugdzorg gehouden. Gemeenten worden in de toekomst verantwoordelijk voor jeugdzorgtaken.

Een deel van die zorgtaken nam de commissie vorig jaar al onder de loep. Dinsdagavond maakte de commissie kennis met werkers uit de praktijk in de zwaardere jeugdzorg.

Masja Schuyt van adviesbureau BMC hield de commissie voor hoe social media een groeiende rol speelt in de relatie tussen jongeren en hulpinstanties. Volgens Schuyt gaan jongeren op zoek naar hulp sneller naar een website dan naar een loket. Zorgverleners moeten rekening mee houden met die cultuuromslag, bijvoorbeeld door een individueel digitaal dossier aan te leggen waarvoor jongeren zich eenmalig moeten registreren. Hierna gaven de diverse externe aanwezigen onder leiding van Caroline Mobach van BMC een korte toelichting op hun functie in de jeugdzorg.  

Vertrouwensarts Joke Meulmeester legde uit hoe het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling omgaat met meldingen over mogelijke problemen in een gezin. Het meldpunt is onderdeel van Bureau Jeugdzorg Haaglanden en treedt op als onderzoeker om te zien welke hulp een gezin nodig heeft. Een andere afdeling van Bureau Jeugdzorg is de Jeugdbescherming. Pieter Klip vertelde dat zijn afdeling in actie komt wanneer kinderen onder (voorlopig) toezicht worden gesteld. Dat gebeurt in levensbedreigende situaties of na een uitspraak van de rechter, vaak tegen de wil van de ouders in.

Jongeren die zorg mijden en een gevaar vormen voor zichzelf en hun omgeving komen terecht bij JJC waar ze achter gesloten deuren, gemiddeld in zes maanden, behandeld worden om thuis of elders verder geholpen te worden. JJC is een samenwerkingsverband van Jeugdformaat (organisatie voor jeugdhulpverlening) en De Jutters (organisatie voor jeugdgeestelijke gezondheidszorg). De commissieleden stonden onder meer stil bij het brede palet aan zorg dat in deze regio bestaat en de centrale rol die de Jeugdbescherming daarin speelt. 

Nicky van Gulik belichtte de taken van de Jeugdreclassering, ook een onderdeel van Bureau Jeugdzorg. De jeugdreclassering probeert maximaal twee jaar lang te voorkomen dat jongeren tot en met 18 jaar opnieuw met justitie in aanraking komen. De laatste jaren vindt meer afstemming plaats met de Jeugdbescherming om meer  te komen tot één hulpverlener voor een gezin. Van Gulik hield de commissie voor dat er steeds minder ruimte is voor jongeren die lichte vergrijpen hebben gepleegd door een groeiend aantal jongeren dat is veroordeeld voor zware delicten.

De decentralisatie van jeugdzorg van het rijk naar de gemeente dwingt de instanties naar eigen zeggen tot meer helderheid over wat ze doen en wat ze gemeenten aan hulp te bieden hebben en wat het effect is van de hulp.

Over en weer waarschuwden specialisten en commissieleden elkaar voor versnippering van de hulp. De instanties zeggen te streven naar minder hulpverleners in een gezin en meer samenhang in de zorg. De decentralisatie zou ook moeten leiden tot minder bureaucratie.

De rol van de gemeente is volgens de commissie wat dat betreft beperkt, omdat de kennis over het organiseren van hulp bij de instellingen ligt, ook omdat zij vaak op regionaal niveau werken. Verder werd onder meer ingegaan op schaalvoordelen, de financiering van zwaardere zorg, de verschillende verantwoordelijkheden en wederzijds vertrouwen van gemeenten en instanties.

Pagina opties