... Actueel Inkoopplan Jeugdhulp – Wmo roept veel vragen op

Inkoopplan Jeugdhulp – Wmo roept veel vragen op

6 september 2017 – In de overlegvergadering van de commissie Sociaal Domein en Wonen heeft het voorstel Inkoopplan Jeugdhulp - Wmo Delft 2018 geleid tot veel vragen van fracties aan het college.

De huidige contracten voor jeugdhulp eindigen op 31 december 2017. Dit betekent dat de gemeenten de Jeugdhulp opnieuw moeten aanbesteden. De contracten voor Wmo hebben een verlengingsmogelijkheid en daarvan wordt gebruik gemaakt voor 2018.

Inkoopkader

Het college schrijft in het voorstel dat het jaar 2018 in de regio wordt gezien als overgangsjaar naar 2019. Er wordt parallel aan de inkoopprocessen 2018, gewerkt aan een nieuw inkoopkader Wmo en een nieuw inkoopkader Jeugd die beiden ingaan vanaf 2019. Omdat deze nieuwe kaders veranderingen met zich meebrengen die nodig zijn om de transformatiedoelstellingen te realiseren, is de aandacht voor 2018 zoveel mogelijk gericht op continuïteit.

Het voorstel had vooral het CDA wat hoofdbrekens gekost, omdat volgens die fractie de cijfers in het voorstel anders zijn dan de uitkomsten van de onderliggende regionale en lokale cliëntervaringsonderzoeken Jeugdhulp. Die fractie vroeg ook meer duidelijkheid of de juiste hulpvraag wel bij de juiste hulpaanbieder terecht komt en of meer vrijwillige hulp het beroep op Wmo-hulp doet afnemen.

Slim aanbesteden

Andere fracties wilden van het college weten wat er in 2018 gebeurd met die aspecten van de jeugdhulp, waarvan nu al duidelijk is dat het beter kan.  ChristenUnie, STIP en D66 gaven daarbij als voorbeeld de hulp aan jongeren die de achttien passeren. GroenLinks pleitte voor minder administratieve druk voor hulpvragers en de VVD voor slim aanbesteden. Stadsbelangen Delft vroeg zich af of de jongeren met een meervoudige problematiek wel voldoende in beeld zijn. De PvdA plaatste vraagtekens bij het budget na 2018 en de SP uitte de zorg dat het positivisme in het beleid wellicht kan leiden tot het bijstellen van de kwaliteit van de jeugdhulp.

Kwaliteit

Wethouder Aletta Hekker legde uit dat Delft een eigen lokale cliëntonderzoek met aanvullende vragen heeft gehouden, omdat het regionale onderzoek te weinig had opgeleverd voor Delft. Kwaliteit van de jeugdhulp blijft volgens de wethouder in 2018 een van de belangrijke aandachtspunten in de aanbesteding. Ze herkende de opmerkingen van het CDA deels en erkende dat er af en toe wachttijden zijn. De Toegang probeert die zo beperkt mogelijk te houden, aldus de wethouder.

Delft heeft volgens haar ook zelf hulparrangementen om de overgang naar de leeftijd van achttien-plus zo soepel mogelijk te laten verlopen. Wethouder Raimond de Prez liet de commissie weten dat het college bezig is om de financiële ruimte te vinden die het mogelijk maakt dat mensen meer uren huishoudelijke hulp kunnen krijgen. Daarnaast zal volgens de wethouder vanaf 2019 in de Wmo ook worden gekeken naar combinaties van diensten. Voorts zegde hij toe dat er afspraken komen over arrangementen van formele en informele zorg.

Het voorstel wordt in de vergadering op donderdag 28 september door de gemeenteraad vastgesteld. Het CDA kondigde geen motie aan, maar zei het voorstel nog wel mee terug te nemen naar de fractie. Van de overige fracties vroeg geen enkele partij om verdere bespreking in de raad.

Leerplicht

Bij de bespreking van het jaarverslag Leerplicht en het jaarverslag Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (RMC) 2015-2016 kraakten nagenoeg alle fracties kritische noten over het ontbreken van context en duiding.

De PvdA miste vergelijkingsmateriaal van andere gemeenten en landelijke benchmarks, waaruit afgelezen zou kunnen worden hoe Delft ervoor staat. STIP had graag gezien welke maatregelen zijn genomen om het schoolverzuim terug te dringen. D66 en andere fracties sloten zich bij die vragen en opmerkingen aan.

Wethouder Hekker zei begrip te hebben voor de behoefte van de fracties aan meer informatie en zegde toe dat schoolverzuim en alles wat er omheen hangt mee te nemen in de Onderwijsvisie die in januari 2018 gereed is. Ze vond het te ver gaan om nu nog verdere duiding te geven aan de cijfers over het schooljaar 2015-2016, omdat dat veel tijd en onderzoek vergt.

Statushouders

Bijna alle fracties spraken hun waardering en complimenten uit over de manier waarop in Delft statushouders worden begeleid naar hun plek in de samenleving. Er was niet alleen lof voor het collegebeleid, maar ook voor de vele vrijwilligers die zich voor deze stadgenoten inzet.

De commissie besprak de halfjaarrapportage statushouders april 2017. Hierin beschrijft het college de huisvesting, taakstelling en risico's, participatie en integratie in de Delftse samenleving en de financiële gevolgen van de begeleiding van statushouders.

GroenLinks, ChristenUnie en PvdA vroegen het college of er voldoende aandacht is voor de statushouders die onvoldoende zelfredzaam zijn. Binnen zes maanden moeten zij hun weg vinden in Delft. GroenLinks zou die termijn met zes maanden willen verlengen. Ook de ChristenUnie pleitte daarvoor. De PvdA vroeg om meer ondersteuning voor vrijwilligers die nu de vraag naar hulp bij de thuisadministratie nauwelijks aankunnen.

D66, VVD en STIP hadden vragen over de huisvesting van statushouders en het aanbod aan grote woningen bij gezinsherenigingen. CDA en Stadsbelangen Delft vroegen meer aandacht voor psychische hulp aan statushouders, waarbij het CDA pleitte voor een periode van twee maanden om op adem en tot rust te komen als statushouders in Delft komen wonen.

Wethouder Brandligt liet het CDA weten de aanpak niet te veranderen, omdat statushouders voordat ze in Delft arriveren al langere tijd in een asielcentrum hebben doorgebracht. Daarnaast legde hij uit dat in individuele gevallen de termijn van maatschappelijke begeleiding al verlengd kan worden tot twaalf maanden. Om statushouders die met veel meer instanties te maken hebben dan alleen de gemeente beter in beeld te houden, wordt volgens de wethouder gewerkt aan een sluitende aanpak.

Verder meldde de wethouder dat op dit moment één statushouder met zijn gezin wacht op een grotere woning. Wethouder Raimond de Prez vulde aan dat met corporaties geregeld overleg wordt gevoerd over deze problematiek en dat ook in de regio wordt gekeken naar het aanbod van grotere woningen om statushouders na gezinshereniging te huisvesten.

Woonbron

Voorafgaand aan de commissievergadering gaf Woonbron-directeur Mohamed Baba een toelichting op het proces rond de mogelijke sloop of renovatie van 65 sociale huurwoningen in het Heilige Land. Het voornemen van Woonbron om de huizen te slopen, zorgde recent voor veel onrust in de buurt en dinsdagavond voor veel vragen in de commissie.

Baba benadrukte dat de woningcorporatie al het mogelijke doet om een helder en transparant proces te doorlopen, waarbij de bewoners zoveel mogelijk betrokken worden. Sinds vorige maand zitten elf bewoners in een klankbordgroep die meepraat over de plannen.

Directeur Baba erkende na vragen uit de commissie dat voor Woonbron sloop van de woningen het uitgangspunt. Al in 2002 bleek volgens hem uit onderzoek dat de technische staat van de woningen onder de maat was. Toen werd de sloop uitgesteld tot 2020. Uitstel is volgens de Woonbron-directeur nu niet meer mogelijk, omdat de corporatie de woningen in deze staat niet goed, veilig en gezond kan verhuren.

De commissie kreeg geen duidelijk antwoord op de vraag of alle woningen gesloopt moeten worden of dat er ook nog woningen gerenoveerd kunnen worden. Directeur Baba lichtte toe dat dat moet blijken uit een onderzoek, waarvan de uitkomst eind dit jaar wordt verwacht. De bewoners in de klankbordgroep kunnen daarna ook meepraten over de totstandkoming van een sociaal plan. Volgens Baba is het de bedoeling dat de huidige 65 woningen worden vervangen door soortgelijke grondgebonden woningen met een tuin. Bewoners zullen ongeacht de uitkomst van het onderzoek tijdelijk moeten verhuizen. Woonbron wil hen via maatwerk terug laten keren in de nieuwe woningen of in bestaande woningen in de wijk. De commissie besloot aan het eind van de toelichting dat dit onderwerp later nog een keer politiek inhoudelijk wordt besproken.

Rondvraag

Op vragen van Stadsbelangen Delft en SP over het faillissement van Deltax en de gevolgen voor klanten in Delft die gebruik maken van de regiotaxi liet wethouder De Prez weten dat voor dit vervoer regionale afspraken zijn gemaakt en dat de klanten nog steeds kunnen rekenen op taxivervoer.